Nieuws/Binnenland
2123677106
Binnenland

Verplichte risicoanalyse voor verkrachters en moordenaars

Fivoor Den Dolder

Fivoor Den Dolder

DEN HAAG - Plegers van ernstige zeden- of geweldsmisdrijven mogen alleen nog worden overgeplaatst naar een forensische zorginstelling als er een uitvoerige risicoanalyse aan vooraf is gegaan.

Fivoor Den Dolder

Fivoor Den Dolder

Dat heeft minister Dekker (Rechtsbescherming) laten vastleggen naar aanleiding van de moord die Michael P. pleegde op Anne Faber. De bewindsman kondigde eerder al aan dat risico’s beter moeten worden ingeschat. In een brief aan de Tweede Kamer schrijft hij dat de risicoanalyse inmiddels verplichte kost is. „We hebben inmiddels flinke stappen gezet door bijvoorbeeld de informatie-uitwisseling en risico-inschatting te verbeteren”, zegt de VVD-bewindsman.

Er wordt extra personeel aangenomen om die risico’s in te schatten en psychologen die werkzaam zijn in de inrichtingen worden bijgeschoold om ’delictanalyses en risicotaxaties af te nemen’. Eind dit jaar moet dit zijn afgerond.

Ook de informatie-uitwisseling over gevaarlijke gedetineerden is aangepast. Michael P. kon nog weigeren dat cruciale gegevens over zijn zedenverleden niet werden gedeeld met de kliniek in Den Dolder waar hij in de fout ging. Dat kan volgens Dekker nu niet meer. „Toestemming van een gedetineerde is in die gevallen niet langer nodig.”

De bewindsman waarschuwt dat die verandering er niet automatisch toe leidt dat belangrijke gegevens ook daadwerkelijk worden gedeeld. Daarom worden alle betrokkenen daarover aan hun jasje getrokken. „Zodat er geen misverstanden meer bestaan over de verplichting tot het delen van informatie”, aldus Dekker.

De kliniek van Fivoor in Den Dolder ligt nog altijd onder een vergrootglas, na geblunder met Michael P. Alle patiënten die tijdens verlof de benen nemen worden gemeld. Van 6 juni tot 6 september gebeurde dat 33 keer. „In deze periode hebben zich voor zover bekend geen strafbare feiten voorgedaan tijdens de ongeoorloofde afwezigheid”, meldt Dekker.

De minister benadrukt dat forensische zorg, en dus ook de bijbehorende vrijheden, wat hem betreft onmisbaar is voor plegers van ernstige zeden- of geweldmisdrijven. „De kans dat een gedetineerde met een stoornis na zijn straf weer de fout in gaat, is mét behandeling kleiner, dan zónder behandeling. Maar het kan op onderdelen beter.”