Nieuws/Wat U Zegt

Deelnemers: overheid moet investeren voor beter ov

Uitslag stelling: ’Profijt van spoorvoordeel’

Als de NS een kaartje minder duur maakt in de ’randen van de spits’, zijn meer reizigers bereid om buiten de drukke reistijden met de trein te gaan en zal dat helpen om de files te bestrijden. De meeste stellingdeelnemers (63%) geloven in dit scenario.

De prijsprikkel kan autoforenzen overhalen om voortaan in de trein te stappen. „Openbaar vervoer goedkoper maken en frequenter laten rijden, zoals wel in het buitenland gebeurt. Hierdoor komen er minder auto’s op de weg”, voorziet een stellingvoorstander. Bijna de helft van de deelnemers verwacht dat goedkoper reizen met de trein een deel van de automobilisten uit de auto haalt. Maar voor veel respondenten schort er nog veel aan het openbaar vervoer in ons land. „In Nederland is het openbaar vervoer achterhaald. Veel te duur, geen aansluiting op elkaar en te veel verschillende systemen”, klaagt iemand. En een ander valt bij: „Nu zitten reizigers opeengepakt als vee in een te korte trein.” Driekwart vindt het ook een nadeel dat je met een treinkaartje geen recht hebt op een zitplaats in de trein, zoals een rechter onlangs bepaalde. De meesten menen overigens dat de oplossing voor een aantrekkelijker ov simpel is, zoals een deelnemer oppert: „Maak het openbaar vervoer heel veel goedkoper, zorg voor langere treinen zodat iedereen kan zitten en er gaan meer mensen met de trein en ook met de bus.”

Toch haalt goedkoper ov niet alle forenzen uit de auto. Verstokte rijders mijden de trein om diverse redenen, zoals iemand schrijft: „Ik blijf lekker met de auto rijden, die files vallen wel mee. Het is vervelender naast iemand in de trein te zitten die naar rook stinkt. En lekker in de auto luisteren naar Evers Staat Op!”

NS-topman Van Boxtel wil meer treinen laten rijden en frequenter. Naast de miljardeninvesteringen van het spoorbedrijf zelf vraagt hij de overheid om een kapitaalinjectie van 35 miljoen euro jaarlijks om de trein goedkoper te maken en de groeiende stroom reizigers in de komende jaren op te kunnen vangen. Iets meer dan de helft van de respondenten vindt dat de overheid de NS moet bijspringen. Ook begrijpen veel deelnemers Van Boxtels klacht over de btw-verhoging van zes naar negen procent op een treinkaartje per 1 januari 2019. De meesten (85%) willen dat de overheid dit besluit terugdraait.

Maar velen denken ook dat de mobiliteit en bereikbaarheid in Nederland een ondergeschoven kindje is en dat het geen prioriteit heeft van de overheid. Zo stelt een scepticus: „Meer openbaar vervoer betekent minder belastinginkomsten via auto, benzine, etc. De auto is een melkkoe en een belangrijke inkomstenbron voor overheid vanwege belastingen en accijnzen. Dat willen ze niet missen.” Bovendien wordt zeer getwijfeld over de daadkracht van de overheid: „Politiek Den Haag komt met allerlei plannen maar loopt altijd hopeloos achter de feiten aan.”

Om bereikbaarheid in Nederland ook in toekomst te waarborgen gaan steeds vaker stemmen op om het wegverkeer te beprijzen. Maar de meeste deelnemers (68%) zien hier geen heil in.

Wel gelooft de meerderheid dat flexibelere werk- en studietijden door bedrijfsleven en onderwijs een positief effect op de mobiliteit kan hebben: minder files op de wegen en meer ov-reizigers buiten de spitstijden.