Nieuws/Binnenland

Vermeende pyromaan stelt dat branden háár achtervolgen

In de Vermeerstraat in Groningen vloog op een zondagavond een auto in brand.

In de Vermeerstraat in Groningen vloog op een zondagavond een auto in brand.

PERSBUREAU METER

GRONINGEN - Linda B. (27) uit Groningen, die vrijdag 445 dagen celstraf waarvan 360 voorwaardelijk tegen zich hoorde eisen, heeft niets met een tal van autobranden te maken. Dat claimt de vermeende brandstichter overigens zelf. Dat er steeds wagens in vlammen opgaan in haar buurt, noemt ze toeval.

In de Vermeerstraat in Groningen vloog op een zondagavond een auto in brand.

In de Vermeerstraat in Groningen vloog op een zondagavond een auto in brand.

PERSBUREAU METER

In de Groningse wijk Kostverloren, onderdeel van de Schildersbuurt, ontstond in september 2017 onrust nadat bleek dat B. in beeld was voor een viertal autobranden. Eerder was ze in villadorp Haren beschuldigd van meervoudige brandstichting. Haar reputatie was haar vooruitgesneld. Tot een rechtszaak kwam het rondom de Harener branden echter niet; de zaak werd destijds wegens gebrek aan bewijs geseponeerd.

Nadat ze verhuisde uit het villadorp stopten de branden daar en nadat ze later noodgedwongen uit Kostverloren vertrok, bleef het er prompt ook rustig wat autobranden betreft. De rechtbank zag dat ook, maar hamerde erop dat ’Haren’ nooit bewezen werd. „Daar moeten wij voorzichtig mee zijn”, stelde voorzitter mr. Fred Janssens.

Justitie ziet deze keer voldoende bewijslast en wil dat de jonge vrouw verder behandeld wordt. Ze ziet een verband tussen drankgebruik en de vermoede neiging tot brandstichting. Ook de rechtbank ging uitvoerig op haar geestelijke gesteldheid in. B. krijgt al bijstand voor alcoholproblematiek in een regionale ggz-instelling. B. grijpt regelmatig naar de fles, reden voor justitie tevens een alcoholverbod te eisen.

B. ontkende dat ze ook maar iets met de feiten te maken had, waar dan ook: „Dat ik in de stad kom wonen om weg te zijn na die beschuldigingen, en dan gebeurt het weer!” Maar onder meer een jurkje dat van haar was (en waarop haar dna zat) werd gevonden in een velg van een verbrande auto. „Dat jurkje had ik naar de kringloop gebracht. Die heb ik eerder gewoon aangehad”, hield ze vol. Uit camerabeelden is verder af te leiden dat ze minutenlang nabij de plek stond waar rond die tijd brand uitbrak.

B. erkende wel dat het niet goed met haar ging. „Ik kreeg na de verhuizing uit Haren maandenlang geen uitkering, ik had stress.” Justitie suggereert dat B. jaloers is op mensen met een auto. Dat liep wel los, vindt ze althans zelf. „Ik had wel graag zelf een rijbewijs gehad en een auto. Ik heb alleen maar een rottige fiets.”