Nieuws/Wat U Zegt

’Je inzetten voor de maatschappij is goed en leerzaam’

Uitslag Stelling: Dienstplicht voor iedereen

Een maatschappelijke diensttijd voor jongeren lijkt ruim 70 procent van de stellingdeelnemers een prima plan. Iets doen voor de maatschappij is goed en leerzaam, vinden de voorstanders. Dus: „Direct invoeren, jongeren worden er niet slechter van.”

De plannen voor de, in het regeerakkoord opgenomen, maatschappelijke diensttijd komen echter maar moeizaam van de grond. Het CDA wil dat verantwoordelijk staatssecretaris Blokhuis er haast mee maakt en duidelijkheid geeft over welke jongeren zo’n maatschappelijke stage kunnen gaan lopen en waar.

Die maatschappelijke diensttijd is tot spijt van initiatiefnemers CDA en de ChristenUnie op vrijwillige basis. Ook de meerderheid van de respondenten zou graag zien dat het verplicht wordt. Want zolang het vrijwillig blijft, doen er weinig mee. Daarnaast worden zowel de jongeren zelf als de maatschappij er beter van, stellen zij. „Het is goed wanneer ze leren iets voor anderen te doen en zien dat niet alles vanzelfsprekend is.”

Velen refereren aan de militaire dienstplicht. „Jammer dat die niet meer bestaat. Het heeft mij ook goed gedaan, zeker op het gebied van zelfstandigheid en verantwoordelijkheid. Een goede voorbereiding voor een baan en de samenleving!”

Sommigen waarschuwen dat de maatschappelijke diensttijd niet ten koste mag gaan van gewone banen. Jongeren die zich maximaal zes maanden voor de samenleving inzetten zouden volgens staatssecretaris Blokhuis een kleine vergoeding krijgen. De tegenstanders (24%) zien dat als ’een goede manier om goedkope arbeidskrachten in te zetten’.

Iemand stelt voor jongeren de diensttijd te laten vervullen door hulpbehoevenden in hun eigen buurt te helpen, ’noaberplicht’ „in plaats van baantjes in te pikken bij zorginstellingen en overheid”.

Naast een kleine vergoeding zouden jongeren die kiezen voor de diensttijd ook voorrang krijgen als ze solliciteren naar een baan bij de overheid. Ruim de helft lijkt dat een goede prikkel om mee te doen, maar andere vinden dat discriminatie. Een tegenstanders spreekt zelfs van ’USSR-praktijken’: „Vrijwillig lidmaatschap, maar daarna kan men wél aan het werk”.

Uit onderzoek blijkt dat jongeren weinig animo hebben voor zo’n maatschappelijke stage. Kan het plan dan niet beter worden afgeblazen? Nee, vindt 70 procent. „Natuurlijk zullen sommigen geen zin hebben, maar ook dat is dan een goede leerschool voor ze. Ik en velen met mij hebben ook niet altijd zin.”

De jongeren vrezen onder meer prestatiedruk. Daar kunnen sommige respondenten zich wel iets bij voorstellen. „Jongeren moeten al studeren, hebben hun bijbaantjes en moeten volwassen worden. Ze hebben het al druk genoeg dus.”

Andere vraag is of instanties als zorginstellingen of politie op die jongeren zitten te wachten. Een op de drie denkt van wel. „Voor werkgevers is het natuurlijk een godsgeschenk. Dure kracht eruit, goedkope dienstplichtige er voor in de plaats.”

De meesten echter zien toch wat problemen: „Ik werk zelf in de zorg en wij zitten niet te wachten op ongeïnteresseerde pubers die een maatschappelijke diensttijd komen doen. Zij moeten begeleid en ondersteund worden en dat gaat ten koste van tijd/geld die wij aan onze cliënten kunnen besteden.”