Nieuws/Binnenland
218060913
Binnenland

Amsterdam wil buitenlandse toerist weren uit coffeeshops

AMSTERDAM - Het Amsterdamse coffeeshopbeleid moet drastisch worden aangepast. Als de coronacrisis voorbij is, wil burgemeester Femke Halsema en haar veiligheidspartners bij de politie en het OM niet weer eenzelfde straatbeeld met toeristen die alleen naar Amsterdam komen om stoned te worden.

Er wordt al tien jaar geprobeerd op landelijk niveau de softdrugsmarkt in goede banen te leiden. In 2010 moesten coffeeshops kleiner en meer beheersbaar worden gemaakt. In 2012 werd daar het zogenoemde ingezetenencriterium – ook wel I-criterium – aan toegevoegd, wat inhield dat coffeeshops alleen toegang mochten bieden aan personen met een Nederlands paspoort.

Amsterdam heeft dat I-criterium altijd naast zich neergelegd. De hoofdstad vreesde een illegale markt met straatdealers, waar het de controle helemaal kwijt zou zijn. Immers, de toeristen bleven komen. Er werden wel andere specifieke maatregelen geïntroduceerd: Amsterdam kende op diverse plekken blowverboden, coffeeshops werden gesloten (in 20 jaar van 283 naar 166) en deze mochten niet in de buurt van scholen liggen.

De plaatselijke cannabismarkt bleef de afgelopen jaren desalniettemin groeien en dat zorgde voor grove ellende in de hoofdstad. Er werden levensgevaarlijke hennepkwekerijen opgerold door de hele stad, waarbij illegaal energie werd afgetapt van nietsvermoedende buren, wietkoeriers die de winkels moesten bevoorraden werden geript en als dieptepunt regelden ’makelaars’ jonge handgranaatleggers om coffeeshops te laten sluiten.

De driehoek – burgemeester, officier van justitie en politiecommissaris – gaat serieus onderzoeken of het de vraag naar cannabis verder kan verminderen en beter kan reguleren. Uit onderzoek blijkt dat 68 coffeeshops afdoende is om te voldoen aan de Amsterdamse (en Nederlandse) vraag.

’Achterkant’ moet transparanter

De driehoek wil daarnaast dat vooral de ’achterkant’ van de softdrugshandel veel transparanter wordt geregeld. Ondernemers moeten niet meer schimmige handel hoeven doen, omdat zij maar 500 gram softdrugs in hun winkel mogen hebben. Er moet ook voor opslag en distributie een beter systeem komen.

Straatdealers

Amsterdam ziet Maastricht als voorbeeld om buitenlandse bezoekers te gaan mijden. Wel wijst de driehoek in een brief aan de Amsterdamse raadsleden op de gevaren, die het op korte termijn zal hebben. „Er kan verondersteld worden dat de nadelen zich vooral op de korte termijn voordoen als straatdealers (mogelijk) inspelen op de behoefte van toeristen aan softdrugs. Naast een negatief effect op criminaliteit (lucratieve business voor kwetsbare jongeren) kan dit ook gevolgen hebben voor de volksgezondheid.”

Tekst loopt door onder de foto.

Als maatregel denkt de Amsterdamse driehoek erover de blowverboden uit te breiden. „Voldoende handhavingscapaciteit (politie) in de eerste periode na eventuele invoering van het I-criterium is een belangrijke randvoorwaarde. De voordelen zullen met name op de lange termijn zichtbaar zijn als in het buitenland duidelijk is dat Amsterdam geen vrijplek is voor cannabistoerisme. Ook niet op straat”, staat in de raadsbrief.

Coffeeshopkeurmerk

Amsterdam wil ook naar Haarlems voorbeeld een coffeeshopkeurmerk introduceren. „Voor bij het keurmerk aangesloten coffeeshops zal een milder bestuurlijk handhavingsregime gelden bij vervoer en opslag van cannabis ten behoeve van de coffeeshop en bij een grotere handelsvoorraad dan 500 gram in de coffeeshop. Hiermee kan stapsgewijs en in overleg met de landelijke overheid geleidelijk het reguleren van de ’achterdeur’ in beeld komen.”

Tot slot wenst de driehoek geen ‘ketenvorming’ in de softdrugshandel. Wanneer de maatregelen precies zullen worden ingevoerd, is onbekend. De nieuwe maatregelen vergen volgens de driehoek een „zorgvuldige en grondige voorbereiding.” In de brief staat: „Met name de invoering van het I-criterium zou als ongewenst neveneffect een (tijdelijke) verschuiving naar de illegale cannabismarkt kunnen hebben. De driehoek wil deze tijd gebruiken om onderzoek te laten doen naar de mogelijk ongewenste effecten van de maatregelen en de manier waarop deze effecten kunnen worden gedempt.”