Nieuws/Binnenland

Nauwelijks slavernijverleden, toch herdenking

George Beens vestigde zich in 1749 aan de Oudegracht in Utrecht. Hij was rijk geworden met slavenhandel.

George Beens vestigde zich in 1749 aan de Oudegracht in Utrecht. Hij was rijk geworden met slavenhandel.

foto Rene Bouwman

Utrecht - De afschaffing van de slavernij wordt zaterdag voor het eerst in Utrecht groots gevierd. Bedoeling van de organisatie is dat inwoners bewust worden van het slavernijverleden van de stad. Saillant detail: Utrecht heeft nauwelijks een slavernijverleden.

George Beens vestigde zich in 1749 aan de Oudegracht in Utrecht. Hij was rijk geworden met slavenhandel.

George Beens vestigde zich in 1749 aan de Oudegracht in Utrecht. Hij was rijk geworden met slavenhandel.

foto Rene Bouwman

„Wellicht was het hier niet zo groot, maar het was er wel. Dat daar erkenning voor komt, is voor ons belangrijk”, vertelt Leroy Lucas van het Keti Koti Utrecht Comité. Hij wijst erop dat diverse gebouwen in de binnenstad zijn gefinancierd met geld dat verdiend werd in de koloniën, letterlijk over de rug van slaven.

’We willen dat mensen stilstaan’

Het is volgens Lucas niet de bedoeling dat de huidige inwoners zich schuldig moeten voelen. „Het gaat om een moment waarop we samen het verleden herdenken. We willen dat mensen stilstaan bij wat er is gebeurd, waarna we samen naar de toekomst kijken.”

De gemeente draagt maximaal 6000 euro bij. Dat geld gaat naar een ceremonieel deel in de Stadsschouwburg, de vertoning van een film in de Centrale Bibliotheek en een wandeling.

’Sporen in de stad’

Cultuurhistoricus drs. Nancy Jouwe van de Universiteit Utrecht houdt zaterdag een uitverkochte ’Slavery Tour’ langs panden in de binnenstad. „Utrecht wordt niet geassocieerd met het onderwerp”, vertelt ook zij. „Toch zijn er wel degelijk sporen van in de stad.”

Jouwe wijst op de panden van George Beens op de Nieuwegracht/Zuilenstraat en het pand Oudegracht 119, Stadskasteel Klein Blankenburgh. Beens, in dienst van de VOC, vestigde zich in 1749 in Utrecht, nadat hij rijk was geworden met illegale slavenhandel en opiumtransporten.

Verboden

Slavernij was in Utrecht verboden, maar toch namen sommige ex-kolonisten hun personeel mee naar Utrecht. Zo nam het echtpaar Verdion in 1736 de Indonesische bediende Sibilla van Batavia mee terug naar de Minrebroedersstraat 20. Ze werd gedoopt en kreeg zelfs een erfenis bij het overlijden van het echtpaar, maar was als slavin in het gezin gekomen en kon nooit meer terug naar haar geboorteland.

Slaven en ex-slaven woonden nauwelijks in Utrecht, omdat de VOC en WIC vooral vanuit Holland en Zeeland actief waren. Toch besloot de vrijgekochte slaaf Akkaboa uit Angola zich hier in 1657 te vestigen. Hij was wapengraveerder en woonde in de Drieharingenstraat. „Mensen van kleur waren onderdeel van de samenleving, dat willen we laten zien”, aldus Jouwe. Omdat Keti Koti, wat ketenen gebroken betekent, op 1 juli landelijk in Amsterdam wordt gevierd, zal het een dag eerder in Utrecht gehouden worden. Bedoeling is dat Keti Koti volgend jaar hier een groot festival wordt.

Bekijk meer van