Nieuws/Binnenland
225865
Binnenland

Provincies drukten verkoop afvalbedrijf door

DEN BOSCH - Provincies hebben in 2013 de verkoop van afvalverwerker Attero doorgedrukt terwijl uitstel vermoedelijk een (veel) betere prijs had opgeleverd. De Zuidelijke Rekenkamer schrijft dat in een onderzoek naar de veelbesproken verkoop van het bedrijf dat vrijdag is gepresenteerd.

Attero maakte in het verleden deel uit van Essent, het energiebedrijf dat in 2009 voor de hoofdprijs (ruim 8 miljard euro) werd verkocht door provincies en gemeenten. Het toenmalige Essent Milieu werd destijds nog niet van de hand gedaan.

Eind 2013 accepteerden de aandeelhouders een ’teleurstellend’ bod van Waterland nadat gemeenten weigerden eigenaar te worden van Attero. De Nederlandse investeringsmaatschappij betaalde 170 miljoen euro terwijl er was gehoopt op veel meer. In de pers circuleerden bedragen tot 850 miljoen euro en sinds de verkoop is de waarde van het bedrijf weer explosief gestegen.

Richtprijs

De Zuidelijke Rekenkamer noemt behalve de verkoopprijs geen bedragen maar constateert wel dat het bod van Waterland ver onder de richtprijs was. Uit verslagen van aandeelhoudersvergaderingen blijkt dat betrokken gemeenten geen overhaaste beslissingen wilden nemen en dat ook Attero de bedrijfsvoering eerst op orde wilden maken. Het waren vooral de provinciale aandeelhouders die niet meer wilden wachten op uitstel.

De onderzoekers constateren dat het verkoopproces in een tunnel is terechtgekomen zoals gemeenten vreesden. „In de laatste fase is niet meer overwogen om de verkoop af te blazen. Vanuit financieel oogpunt was het niet ondenkbaar geweest om de verkoop uit te stellen om te kijken hoe de markt zich zou ontwikkelen”, aldus een van de conclusies.

Betrokkenheid

De Zuidelijke Rekenkamer deed onderzoek op verzoek van Provinciale Staten van Noord-Brabant en Limburg, twee prominente aandeelhouders. Een andere conclusie is dat beide Provinciale Staten onvoldoende betrokken zijn geweest bij het verkoopproces. Nadat in een voorgaande bestuursperiode was besloten tot verkoop kreeg de politiek pas in 2014 weer de kans op een oordeel terwijl de context compleet was veranderd.

De Brabantse gedeputeerde Bert Pauli die de verkoop namens de overheid leidde, zegt dat alle aandeelhouders de kans hebben gehad om het bod van Waterland af te wijzen. „Er zijn geen overhaaste beslissingen genomen”, laat hij een reactie weten.