Nieuws/Binnenland

Milieuorganisaties zien nog veel hete hangijzers

Ondernemers: Eerste etappe naar Parijs afgelegd

Hollandse Hoogte / David Rozing

DEN HAAG - In de ogen van ondernemersvoorman Hans de Boer is de eerste etappe in de tocht naar de Parijse klimaatdoelen afgelegd. „Zaak is de plannen nu om te smeden tot een aantrekkelijk en vooral samenhangend Klimaatakkoord waar we dertig jaar mee uit de voeten kunnen”, zo reageert de voorzitter van VNO-NCW op de hoofdlijnen van het Klimaatakkoord.

Hollandse Hoogte / David Rozing

Ondernemersorganisaties VNO-NCW en MKB-Nederland vinden dat er in de gepresenteerde plannen veel goede ingrediënten zitten. Maar ze waken er wel voor dat de uiteindelijke uitwerking straks niet onbetaalbaar wordt of ten koste gaat van de concurrentiepositie van bijvoorbeeld de Nederlandse industrie of landbouw.

Draagvlak is de crux, aldus De Boer. „Want met alleen normen en top-downbeleid gaan mensen niet met enthousiasme aan de slag.’’ Fried Kaanen, vice-voorzitter van MKB-Nederland, vult aan: „Het Klimaatakkoord moet straks kunnen werken voor álle bedrijven; van heel groot tot klein, van industrieel tot in de dienstverlening.”

De ondernemersorganisaties denken dat een echt Klimaatakkoord in het najaar mogelijk is. Ze zeggen de plannen de komende tijd onder meer nog te beoordelen op de uitvoerbaarheid en flexibiliteit. Het is volgens hun belangrijk ons niet blind te staren op wat vandaag het beste lijkt, maar morgen wel eens heel anders kan zijn als nieuwe technologie beschikbaar komt. „Sluit bijvoorbeeld niet alles af van aardgas waar dit straks kan worden opgevolgd door groen waterstofgas. Keuzes rondom elektrisch rijden moeten rijden op waterstof ook niet in de weg staan”, aldus de ondernemers.

’Voorstellen onvoldoende’

Milieuorganisaties vinden de voorstellen die nu op tafel liggen om de uitstoot van broeikasgassen te verminderen nog onvoldoende. „Deze voorstellen gaan ons niet in Parijs brengen, we zijn pas in Antwerpen”, reageren ze met een verwijzing naar het internationale akkoord over klimaatverandering dat eind 2015 in de Franse hoofdstad werd bereikt.

Greenpeace, Milieudefensie, de Natuur- en Milieufederaties en Natuur & Milieu zijn wel te spreken over de voortgang van de plannen voor verduurzaming van de elektriciteitsvoorziening en de ’gebouwde omgeving’. Maar op andere terreinen vinden ze de plannen nog „teleurstellend vaag.” Daar zijn nog geen knopen doorgehakt en is onenigheid over bijvoorbeeld de toepassing van CO2-opslag. Milieuorganisaties zetten grote vraagtekens bij nut en noodzaak daarvan.

Ook over de financiële kant bestaat nog veel onduidelijkheid. Volgens de organisaties dreigen vooral burgers op te gaan draaien voor de kosten van het klimaatbeleid. Grote vervuilers betalen nauwelijks klimaatbelasting, stellen ze in een gezamenlijke reactie.

Milieudefensie beschuldigt de industrie er zelfs van de voortgang van het akkoord te gijzelen. „Ze willen alleen betalen als dat winstgevend is. De industrie wil dat er een pot komt van een miljard euro voor onrendabele maatregelen, maar weigert daar zelf aan bij te dragen”, zegt een woordvoerder van de organisatie. „Terwijl de industrie als grootste vervuiler bepalend is voor het slagen van het akkoord.”

Verder waarschuwen de milieuorganisaties voor een „te forse inzet” op biobrandstoffen. „Echt duurzame biobrandstof is en blijft onvoldoende beschikbaar om grote CO2-besparing mee te realiseren.” Ook op landbouwgebied zien de organisaties nog geen duurzaam systeem ontstaan met de voorstellen die er nu liggen.

’Niet ten koste van natuur’

Het opwekken van duurzame energie moet in eerste instantie gebeuren in bebouwd gebied. In de verdere uitwerking van het Klimaatakkoord moet aandacht zijn voor oplossingen die niet ten koste gaan van natuur en landschap. Dat zeggen Natuurmonumenten, de Vogelbescherming en het Wereld Natuur Fonds in een reactie op de hoofdlijnen van het akkoord die dinsdag zijn gepresenteerd.

,,Zonneparken en windmolens moeten niet in natuurgebieden of op plekken met geconcentreerde vogeltrek geplaatst worden. Pas in laatste instantie moeten zonneparken op boerenland mogelijk zijn, en dan niet in boerenland waar nog hoge natuurwaarden aanwezig zijn", reageert directeur Natuurmonumenten Teo Wams. Natuurwaarden zijn waardevolle aspecten van een bepaald gebied, zoals natuurschoon, schoon water en het aanwezig zijn van bepaalde planten- of diersoorten.

De natuurorganisaties zijn kritisch over de bijdrage van de landbouw aan het tegengaan van klimaatverandering. Volgens Natuurmonumenten is het onvermijdelijk dat de landbouw verandert. ,,Dat vraagt radicale keuzes. Geen land ter wereld heeft zo' n groot mestoverschot als Nederland. We moeten bereid zijn om na de denken over het inkrimpen van onze enorme veestapel" , aldus Wams.