Nieuws/Wat U Zegt

Nipte meerderheid vindt dat majoor kan aanblijven

Uitslag stelling: In dubio over Marco Kroon

Er is grote verdeeldheid over de affaire Marco Kroon. Iets meer dan de helft van de stellingdeelnemers meent, nu het OM het onderzoek naar hem heeft stopgezet, dat hij zijn loopbaan bij defensie kan voortzetten. Maar 40 procent vindt van niet.

Justitie heeft de uitlatingen van Marco Kroon over zijn ontvoering op missie in Afghanistan en het doodschieten van zijn belager niet kunnen bewijzen of weerleggen. De met een Militaire Willemsorde gedecoreerde majoor staat alleen met zijn verhaal over het incident. Zijn strijdmakkers van destijds zetten vraagtekens bij het waarheidsgehalte van Kroons uitlatingen en binnen de krijgsmacht doen geruchten de ronde dat de majoor lijdt aan een post traumatische stress stoornis (PTTS) door zijn ervaringen op missies in Afghanistan. Dit zou een verklaring kunnen zijn waarom de ridder überhaupt het incident naar buiten heeft gebracht. Velen gissen echter naar de reden van zijn openhartigheid: „Het was niet slim van Kroon om dit naar buiten te brengen. Hij had kunnen weten, dat defensie er alles aan zal doen om dit verhaal te ontzenuwen (of het nu waar is of niet). In dit soort verhalen wil men nooit de gehele waarheid delen. Missies die op het randje worden gespeeld, worden nooit toegegeven. Maar dit was bij hem bekend, dus ik snap niet waarom hij dit toch probeerde?”

Niet alleen defensie zit in haar maag met de kwestie, ook de stellingdeelnemers vinden het ’een moeilijk verhaal’. Op de vraag of zijn verhaal verzonnen is, houdt het aantal voor- en tegenstanders elkaar in evenwicht, terwijl de meesten (47 procent) niet willen oordelen over zijn uitlatingen. Wel denken zij dat de majoor bewust zaken verzwijgt vanwege de geheimhoudingsplicht over de missies. „Er is verder niemand bij geweest, Kroon heeft niets verteld omdat er kennelijk militaire geheime informatie mee gemoeid was. Noch hij, noch het OM kan nu nog bewijzen aandragen. Er rust nog steeds een geheimhoudingsplicht op”, veronderstelt iemand.

Maar een eveneens grote groep respondenten koestert wantrouwen ten opzichte van autoriteiten en hecht meer waarde aan de uitspraken van de gedecoreerde held. Zo stelt één van hen: „Ik heb meer vertrouwen in Kroon dan in de ministers en in Defensie. Ik denk alleen al aan de opgedrongen missies waar defensie helemaal niet klaar voor is.”

Edoch, zeker vier op de tien deelnemers menen dat Kroon niet langer in dienst van de krijgsmacht kan blijven. „Hij is niet meer van onbesproken gedrag, wat ook een voorwaarde is voor de Militaire Willemsorde”, betoogt een tegenstander. Wat mee speelt is dat de majoor eerder al is veroordeeld voor verboden wapenbezit. „Zijn achtergrond helpt hier niet aan mee. Een (hoge) militair, geridderd door Hare Majesteit, hoort niet achter de bar te staan waar louche praktijken voorkomen. Deze affaires werpen toch een schaduw over zijn militaire loopbaan.”

Velen denken dat de affaires altijd aan de majoor zullen blijven ’kleven’. „Hij is door dit alles toch zwaar beschadigd”, klinkt het. Ook is er twijfel of hij nog wel als boegbeeld voor defensie kan fungeren. Zes op de tien deelnemers verwachten dat de krijgsmacht Kroon wil ’lozen’ uit angst dat hij opnieuw in opspraak zal raken. Zij gunnen hem wel ’eervol ontslag’ uit respect voor zijn heldendaden.