Nieuws

Professor Bernards: vooraf duidelijkheid over effect

Zoektocht naar chemo op maat

Door René Steenhorst

Driekwart van alle chemomiddelen werkt niet, stelde professor Bernards al in 2013 in De Telegraaf.

Driekwart van alle chemomiddelen werkt niet, stelde professor Bernards al in 2013 in De Telegraaf.

Beeld Werkt

Eindhoven - Er is dringend meer wetenschappelijk onderzoek nodig om kankerpatiënten de chemokuur te geven die het beste bij hun ziekte past. Dat stelt moleculair bioloog prof. dr. René Bernards van het kankerinstituut Antoni van Leeuwenhoek (AVL) in Amsterdam.

Driekwart van alle chemomiddelen werkt niet, stelde professor Bernards al in 2013 in De Telegraaf.

Driekwart van alle chemomiddelen werkt niet, stelde professor Bernards al in 2013 in De Telegraaf.

Beeld Werkt

Er zijn jaarlijks duizenden patiënten bij wie chemokuren niet aanslaan. Daardoor overlijden veel mensen die wel de zwaarte van kuren hebben moeten doorstaan, maar er niet door genazen.

„Chemotherapie is nog te vaak een black box”, stelt de toponderzoeker van het AVL. „We zouden beter moeten kunnen voorspellen welke soort chemo het beste werkt voor de individuele patiënt. Dat inzicht ontbreekt nog altijd voor heel veel vormen van kanker.”

Op dit moment wordt de aard van de chemotherapie vaak bepaald door het type kanker dat de patiënt heeft: bij borstkanker wordt een andere chemokuur gebruikt dan bijvoorbeeld bij darmkanker. „Intussen weten we al dat geen twee tumoren gelijk zijn en daarom reageren ze vaak ook verschillend op chemotherapie”, zegt Bernards. „Maar hoe moet je dan de meest werkzame chemotherapie kiezen voor elke individuele patiënt? Helaas ontbreekt dat inzicht nog vaak. Vooraf zou eigenlijk al duidelijk moeten zijn dat een chemobehandeling wel, niet of onvoldoende effect zal hebben in het bestrijden van de individuele kanker.”

Professor Bernards baarde in 2013 opzien in De Telegraaf met de uitspraak dat driekwart van álle chemotherapeutica niet werkt: „Drie van de vier patiënten heeft geen baat bij het medicijn dat hen gegeven wordt. Dramatisch!”, zei hij destijds. Toen al was het onderzoekers van het AVL opgevallen dat sommige tumortypen veel beter op chemotherapie reageerden dan andere.

Het streven van kankerbehandelaars is te komen tot therapie op maat voor iedere patiënt. Ofwel, een individueel behandelplan op basis van zogeheten ’biomarkers’; dat zijn biologische merkstoffen in het tumorweefsel die karakteristiek zijn voor hoe een ziekteproces zich waarschijnlijk zal ontwikkelen. Professor Bernards: „In een ideale wereld zouden we elke patiënt een heel gerichte behandeling willen geven. Daar begint al wel schot in te komen. Maar het grote probleem in het onderzoek is het vinden van de juiste biomarkers voor chemotherapie. Deze markers zouden moeten voorspellen of chemo ook echt gaat werken.”

De in het Antoni van Leeuwenhoek ontwikkelde ’MammaPrint’, een moleculaire diagnostische test, heeft duidelijk gemaakt dat 46 procent van de vrouwen met borstkanker uiteindelijk geen chemotherapie behoeft. „Het kan hen worden onthouden, hun kanker zal niet uitzaaien” stelt Bernards. Dit beeld kwam naar voren in een studie met een groep van 1550 vrouwen. Met deze specifieke test kan voor iedere patiënt het persoonlijk risico worden bepaald of de tumor zal uitzaaien. Voorheen hadden al deze vrouwen – onnodig en standaard - een chemobehandeling gekregen, met alle belastende en ongunstige bijwerkingen van de chemotherapie van dien.

Een vergelijkbare test voor andere vormen van kanker, die de reactie van tumoren op chemotherapie voorspelt, zou een enorme verbetering in de behandeling kunnen brengen. Daar wordt inmiddels aan gewerkt.