Nieuws/Binnenland

Srebrenica, de mislukte veilige haven

ANP

Den Haag - Een groene vallei in het oosten van Bosnië was twintig jaar geleden het toneel van een groot bloedbad. Duizenden moslimmannen werden doodgeschoten door Bosnische Serviërs. Die hadden het gebied veroverd. Nederlandse militairen slaagden er niet in de moslims te beschermen. De ’veilige haven’ mislukte faliekant. De nabestaanden kregen dinsdag te horen dat de Staat deels aansprakelijk is voor de genocide. Ze komen volgens het gerechtshof in Den Haag in aanmerking voor vergoeding van dertig procent van de geleden schade.

ANP

Srebrenica telde begin jaren negentig, voordat de burgeroorlogen in Joegoslavië begonnen, ongeveer 6000 inwoners. Driekwart was moslim, een kwart etnisch Servisch. Toen de oorlog begon, vertrokken de meeste Serviërs. Hun plek werd ingenomen door moslims die uit andere dorpen waren gevlucht. Daardoor woonden er uiteindelijk zeker 40.000 mensen in de enclave.

Die moslims woonden op een eilandje tussen de Bosnische Serviërs. Bovendien ligt Srebrenica strategisch, bij de grens met Servië. Daarom wilden de Bosnische Serviërs het plaatsje graag veroveren. Ze omsingelden de enclave.

De opeengepakte dorpelingen en vluchtelingen hadden niet genoeg voedsel en water. In maart 1993 riep een Franse VN-generaal Srebrenica uit tot ’veilig gebied’. Dat deed hij zonder overleg met het VN-hoofdkwartier in New York, maar de Veiligheidsraad nam het idee over. De ’safe area’ Srebrenica werd uitgeroepen tot een gedemilitariseerd gebied. Het moest onder toezicht komen van een onpartijdige VN-vredesmacht. Eerst kwamen de Canadezen, die in 1994 werden opgevolgd door het Nederlandse Dutchbat.

Tegen de wil van de VN in hielden de moslims van Srebrenica veel wapens. Die gebruikten ze voor overvallen op de omliggende Servische dorpen. Er werd ook op een vaak gruwelijke manier gemoord; Servische dorpen in de omgeving werden soms compleet platgebrand. Dutchbatters konden dat soms zien vanuit hun observatieposten aan de rand van de enclave.

In de zomer van 1995 was het geduld van de Serviërs op. Ze veroverden de enclave en namen de burgers meedogenloos onder vuur. Een deel van de inwoners vluchtte naar het Nederlandse hoofdkwartier in Potocari. Anderen liepen tientallen kilometers door vijandelijk terrein om het moslimgebied te bereiken.

De Bosnische Serviërs scheidden in Potocari de moslimmannen en -jongens van de vrouwen en kinderen. Duizenden mannen zouden daarna worden doodgeschoten tijdens soms massale executies. In totaal, inclusief slachtoffers van gevechten, vielen er zeker 7000 tot 8000 doden.