Nieuws/Binnenland

Crisis NFI raakt zaak Nicole van den Hurk

De 15-jarige Nicole van den Hurk verdween in oktober 1995.

De 15-jarige Nicole van den Hurk verdween in oktober 1995.

Amsterdam - De lopende rechtszaak rond de moord op Nicole van den Hurk is een speelbal geworden van de crisis bij het Nederlands Forensisch Instituut (NFI). De verdediging van de veroordeelde Jos de G. eist opheldering over het NFI-onderzoek naar de doodsoorzaak van het 15-jarige meisje.

De 15-jarige Nicole van den Hurk verdween in oktober 1995.

De 15-jarige Nicole van den Hurk verdween in oktober 1995.

Eind volgende maand dient het hoger beroep in de strafzaak tegen Jos de G. Hij werd in 2016 werd veroordeeld voor verkrachting van Nicole van den Hurk. In het hoger beroep wordt hij ook verdacht van doodslag.

De G’s advocaat Job Knoester wil vóór de behandeling van zijn zaak duidelijkheid hebben over de vermeende misstanden bij moordonderzoeken van het forensisch instituut.

Afgelopen week berichtte De Telegraaf dat er in opdracht van het ministerie van Justitie en Veiligheid een onderzoek loopt naar deze misstanden, naar aanleiding van een klokkenluidersmelding bij het NFI.

Tijdens het strafrechtelijk onderzoek tegen De G. legden drie pathologen-anatomen, onder wie NFI-deskundigen, tegenstrijdige verklaringen af over de doodsoorzaak van het Eindhovense meisje. Knoester eist daarom opheldering over de vraag of er een verband bestaat tussen de misstanden bij het NFI en de onderzoeksmethoden die zijn gebruikt in de zaak tegen zijn cliënt.

In een brief aan de advocaat-generaal eist de advocaat antwoord op een reeks vragen over het lopende onderzoek bij het NFI. Indien daar niet binnen vier weken antwoord op volgt, zal desnoods justitieminister Grapperhaus opgeroepen worden om onder ede te getuigen over het onderzoek.

Knoester bevestigt dat hij het Openbaar Ministerie om opheldering heeft gevraagd. Het OM laat weten dat het de brief bestudeert.