Nieuws/Buitenland

Stilte na 17 jaar doorbroken

Moeder Bin Laden: ’Hij werd gebrainwasht door sekte’

Osama Bin Laden op een foto uit 1988. Hij was een lieve jongen, vertelt zijn moeder, totdat hij ’gebrainwasht’ werd.

Osama Bin Laden op een foto uit 1988. Hij was een lieve jongen, vertelt zijn moeder, totdat hij ’gebrainwasht’ werd.

EPA

NEW YORK - Bijna zeventien jaar na de aanslagen van ’11 september’ praat de moeder van Osama Bin Laden voor het eerst. Ze vertelt dat haar zoon eerst een brave jongen was. „Tot hij de verkeerde mensen ontmoette.”

Osama Bin Laden op een foto uit 1988. Hij was een lieve jongen, vertelt zijn moeder, totdat hij ’gebrainwasht’ werd.

Osama Bin Laden op een foto uit 1988. Hij was een lieve jongen, vertelt zijn moeder, totdat hij ’gebrainwasht’ werd.

EPA

11 september 2001. Twee gekaapte vliegtuigen boren zich in de Twin Towers van het World Trade Center in New York, een derde viseert het Pentagon, nabij Washington D.C., en een vierde stort neer in de buurt van Shanksville. 3.000 mensen komen om het leven. Een gruwelijke aanslag, volgens de VS bedacht door Al-Qaeda-kopstuk Osama bin Laden.

Zijn moeder zweeg al die jaren. Tot nu. In een exclusief interview met The Guardian vertelt Alia Ghanem, zittend in een sierlijke stoel, gehuld in kleurrijk gewaad en een rode hijab. Haar zoon was een steenrijke zakenman die deel uitmaakte van een invloedrijke Saudische familie. Een familie die, overigens, die goede contacten had met het koningshuis. Het groteske is ook Ghanem niet vreemd.

„Ik heb een heel moeilijk leven gehad, omdat Osama altijd zo ver weg van mij was”, vertelt Alia. „Hij was zo’n brave jongen en hield zó veel van mij. Maar toen hij begin twintig was ontmoette hij de verkeerde mensen. Hij werd gebrainwasht.”

Azzam

De moeder herinnert Osama vooral als een verlegen jongen, die het goed deed op de King Abdulaziz Universiteit, waar hij economie studeerde. „Hij ontpopte zich tot een sterke, gedreven, vrome jongeman, maar het was tijdens zijn tijd aan de universiteit dat hij radicaliseerde. Enkele mensen aan de universiteit veranderden hem. Een sekte, zo kan je het noemen. Hij werd een andere man.”

Een van de mannen waar Ghanem naar verwijst, is Abdullah Azzam, een lid van de Moslimbroederschap die later uit Saudi-Arabië werd verbannen en een van de spirituele adviseurs van Bin Laden werd. „Ik vertelde hem altijd dat hij van zulke mannen moest wegblijven. Hij kon tegenover mij nooit toegeven wat hij aan het doen was, omdat hij zo van me hield.”

Had Ghanem het ooit zien aankomen dat haar zoon een terrorist zou worden? „Nee, nooit. We waren dan ook enorm kwaad. Ik wilde niet dat dit zou gebeuren. Waarom zou hij alles zomaar weggooien?”

Broers

De familie zag Osama voor het laatst in 1999, in Afghanistan. „Hij was zo blij om ons te ontvangen. Hij gidste ons elke dag rond, doodde een dier en we hadden een groot feest.”

Op dat moment verlaat Ghanem de kamer om een te gaan rusten en pikken haar twee zoons Ahmad en Hassan (halfbroers van Osama) het gesprek op. „Het is belangrijk om te weten”, aldus Ahmad, „dat een moeder zelden een objectieve getuige is. De aanslagen zijn nu zeventien jaar geleden en toch zit ze nog altijd in de ontkenningsfase over haar zoon. Ze zag hem zo graag en ze weigert hem de schuld te geven. In de plaats geeft ze de schuld aan iedereen rondom hem. Zij kent alleen zijn goede kant, de kant die wij hier allemaal te zien kregen. Maar hij had ook nog een andere kant.”