Nieuws/Wat U Zegt

Uitslag Stelling: Schandelijke sensatiezucht

„Triest dat mensen smullen van het leed van anderen: asociaal, walgelijk en ongepast. De hulpverlening kan zo niet eens haar werk doen!” Stellingdeelnemers vinden het echt niet kunnen: met een mobieltje filmpjes maken van ongelukken.

Na een dodelijke aanrijding op de A58 bij Bavel hebben automobilisten de hulpverleners gehinderd doordat zij elkaar verdrongen met hun telefoontjes. Zelfs tijdens de reanimatie van een van de slachtoffers werden foto’s en filmpjes gemaakt. Het technisch onderzoek werd bemoeilijkt doordat omstanders door de sporen op het wegdek banjerden.

Liefst 97% van de respondenten spreekt zijn afschuw uit en onderschrijft de stelling ’Filmen ongelukken smakeloos’. „Bij een aantal automobilisten komen dan kennelijk de laagste gevoelens naar boven”, stelt een deelnemer. „Dergelijke dwazen moeten ervan doordrongen worden dat zoiets niet kan.”

„Hiermee toon je niet alleen dat je geen enkele vorm van respect hebt, maar je loopt ook in de weg en zorgt voor woede bij omstanders en de hulpverleners”, zo liet het betrokken Brabantse politieteam Leijdal weten. Zeker 25 automobilisten kregen een bekeuring. Niet vanwege het filmen zelf, maar omdat ze een mobieltje in de hand hadden terwijl ze langs het ongeval reden.

„Het is goed dat dit nu aan de kaak wordt gesteld”, vindt een stemmer. „Schandelijk, zoiets doe je niet. Je moet van het standpunt uitgaan dat jíj daar als slachtoffer zou liggen. Hoe zou je het dan vinden als iemand dat uitgebreid staat te filmen? Straffen helpen niet, ben ik bang. Bewustwording, waar men nu mee bezig is misschien wel.”

Op internet en sociale media krijgen de filmers er inmiddels flink van langs. Misschien helpt deze massale afkeuring, denkt 62%. „Het heeft te maken met schaamteloze hufterigheid”, zegt een respondent. „Ook dit is een kwestie van opvoeding, of beter het gebrek er aan.”

„Telefoon afpakken, 1500 euro betalen en jaar rijontzegging”, klinkt het ook.

„Persoonlijk doe ik het niet, maar ik kan me indenken dat mensen het wel doen, we zijn tenslotte van nature sensatiezoekers”, schrijft iemand. „Dit soort verhaaltjes en foto’s is voer voor lui die nieuwsgierig zijn aangelegd, dus wanneer er iets gebeurt staan zij vooraan om het vast te leggen: ’Ik was erbij!’ Maar ook: „Je zult als nabestaande maar zo’n filmpje terugzien... verschrikkelijk. En dat voor een paar ’likes’...”

Slechts een enkeling zegt zelf ook weleens zo’n videootje te hebben gemaakt of bekeken. „Ik snap het wel, negen van de tien keer staat er niets in de krant over een ongeluk. Dus als je dan toch in de buurt bent, wil je het zien ook.”

„Het is ook een beetje dubbel”, stelt iemand. „Soms wordt achteraf om getuigen gevraagd die iets gefilmd hebben. Bijv. bij een mishandeling. Dat geeft een tegenstrijdig signaal. Nog niet zo lang geleden riep een korpschef juist op tot het maken van videobeelden bij incidenten. En nu gaan ze het afkeuren. Waar ligt de grens?”

„Het ligt aan de intentie”, vindt een deelnemer. „Ik heb zelf ooit een heel ernstig ongeluk gehad. Een filmpje had me het kunnen helpen verwerken. Maar puur voor de sensatie of zelfs de hulpdiensten hinderen, dat is asociaal. Veel mensen maken liever een filmpje dan dat ze de ander helpen. Het hoort kennelijk bij deze tijd...”