Nieuws/Wat U Zegt

’Noem ze geen loverboys, het zijn ordinaire pooiers’

Uitslag Stelling: Hogere straf voor daders

Loverboys komen te makkelijk weg met hun pooierpraktijken, vindt 87% van de stellingdeelnemers. „Politie en justitie moeten een slachtoffer veel meer beschermen. Je moet van goede huize komen wil je iemand veroordeeld krijgen”, stelt iemand vast.

Naar schatting twee tot drie meisjes per middelbare school vallen jaarlijks in handen van loverboys, maar slechts een klein deel van deze gevallen komt voor de rechter. Slachtoffers doen niet makkelijk aangifte, veelal uit angst en schaamte. „Zij durven vaak geen aangifte te doen omdat ze bedreigd worden en ook hun familie”, aldus een respondent.

En áls ze al aangifte durven doen, worden ze vaak niet serieus genomen, denkt twee derde. „Zorg dat die meisjes zich veilig voelen, de schaamte is al groot genoeg en vaak was er sprake van geweld.”

Volgens sommige deskundigen is de hoofdreden dat men geen aangifte doet de ’belabberde situatie’ van de politieteams die zich bezighouden met mensenhandel en zeden. Daar is driekwart het mee eens. Iemand zegt: „De toentertijd goed draaiende zedenpolitie hebben ze opgedoekt met alle gevolgen van dien, weg alle know how”. Een ander: „Er is te weinig tijd en mankracht om dieper op dit soort complexe zaken in te gaan.” Bewijs is lastig, stellen veel respondenten. „Te vaak worden zaken geseponeerd wegens gebrek aan bewijs maar dat wil niet zeggen dat het niet heeft plaatsgevonden.”

De meerderheid vindt dat er meer geld naar de politie moet om prioriteit te kunnen geven aan het aanpakken van loverboys. Een term die de meeste respondenten overigens verafschuwen. „Laten we om te beginnen spreken over ’pooiers’ of ’criminelen’, want dat zijn het.” Ook de roep om hogere straffen voor de daders is groot. „De lage straffen motiveren niet om aangifte te doen. Na een aangifte loopt het slachtoffer risico, ze zijn bang voor wraakacties.”

Maar voorkomen kun je deze praktijken nooit, menen sommigen. „Enerzijds zijn er heel veel mannen die betaalde seks willen met dit soort meisjes en anderzijds zijn er mannen die hieraan grof geld willen verdienen. Als dit niet verandert zie ik weinig gebeuren”, zegt iemand.

Velen stellen dat de taak om meisjes te beschermen niet alleen bij politie en justitie ligt, maar ook bij de opvoeders. „Ouders moeten hun kinderen ervoor waarschuwen.” De meesten vinden dat hier ook een taak ligt voor de school. „Ouders en leraren moeten voorlichting krijgen over de signalen die ze kunnen zien bij de meisjes”, luidt een reactie.

Een op de drie denkt dat het vooral kwetsbare meisjes zijn ’die schreeuwen om aandacht’, die in de armen van een loverboy vallen, maar de meerderheid denkt dat elk jong meisje slachtoffer kan worden. „Ik heb het zelf meegemaakt met mijn dochter (helaas)”, reageert iemand. „Een slimme meid, goede opvoeding, maar dat zegt allemaal niets. Uit angst wordt er geen aangifte gedaan.” En dat zou deze respondent ’eerlijk gezegd’ ook niet willen ’als je nu leest over de verkrachte vrouw in Venray en de vragen die zij kreeg van de politie’. „Mijn dochter is net, na veel therapie, omhoog gekrabbeld en zou hierdoor gelijk terug bij af zijn”.

Twintig procent kent iemand in zijn omgeving die slachtoffer is (geweest). „Ben mijn dochter kwijtgeraakt door toedoen van loverboys. Beroerd en onprofessioneel aangepakt. Voor het leven getekend.”