Nieuws/Wat U Zegt

’Rokersban in buitenlucht riekt naar discriminatie’

Uitslag Stelling: Waar rook is, is vuur...

„Ik wil geen longkanker krijgen omdat er naast mij zo nodig iemand moet roken”, vindt een stellingdeelnemer. „Een verstokte roker kijkt ook nooit of er iemand in de buurt is die er last van ondervindt. Die gaat gewoon roken...”

Roken in de openbare ruimte ligt onder vuur, dat is duidelijk. In Amsterdam-Noord is al een hele rookvrije straat en meer gemeenten overwegen het roken buiten op bepaalde plekken (bij verzorgingscentra, ziekenhuizen en scholen bijvoorbeeld) helemaal te verbieden. Dus ook in ’rookhokjes’. De stad Groningen heeft zich voorgenomen de eerste rookvrije stad van ons land te worden.

Hoewel er redelijk veel instemming is met antirookplannen vinden de meeste deelnemers aan de Stelling van de Dag (60%) dat buiten roken altijd zou moeten worden toegestaan. „Ik zelf rook niet”, zegt iemand. „Maar zo langzamerhand mag je niets meer in dit land.” En: „Betuttelend en bemoeiziek.”

Dat rokers in de buitenlucht werkelijk last hebben van ’meeroken’, gelooft maar een minderheid (39%). „Je kunt rokers toch niet als paria’s gaan behandelen”, zo schrijft iemand. „In dit land, waar de grootste misdadigers rechten hebben, willen we rokers alle rechten ontnemen? Waar slaat dat nou op?”

Het argument dat een rookverbod in de openbare ruimte en buitenlucht rokers ertoe beweegt, hun slechte gewoonte op te geven, wil er bij de meeste stemmers niet in. „Complete onzin”, denkt iemand en daarmee stemt 59% in. „Er zullen altijd mensen zijn die niet kunnen stoppen. Een volledig rookvrije maatschappij, dat gaat echt niet lukken.”

Toch klinkt het ook: „Ja, héél Nederland rookvrij, dat moet de inzet zijn. Wat een smerige gewoonte dat roken!” Anderen gaat dat te ver, maar voor het opsteken van een sigaret op bijvoorbeeld het sportveld of bij zorginstellingen is wel degelijk een fikse meerderheid (63%) te porren. De gemeenten Emmen en Ede hebben plannen in die richting.

Enkele stemmers ervaren het uitvaardigen van rookverboden als een regelrechte vorm van ’discriminatie’. „Rokers worden weggezet als tweederangs burgers”, zo vindt een van hen. Een andere: „Met roken buiten verbieden of op het terras, maak je het mensen wel heel moeilijk.” Een respondent, kennelijk een roker, is de betutteling ook zat. „Laat ons gewoon een keer met rust. Laat mij lekker roken. Ik betaal al genoeg belasting.”

Rokers en niet-rokers, het blijft water en vuur. „Patiënten aan een infuus die buiten het ziekenhuis staan te roken. Belachelijk”, schrijft iemand. „Meteen de ziektekostenpremie verhogen.” Toch vinden ook veel niet-rokers een rokersban overal op straat wat al te bont. „Ik rook zelf niet, maar ik heb er geen problemen mee als anderen dat wel doen.”

Inmiddels gaan ook al stemmen op om roken in de tuin of op het balkon te verbieden. Woningcorporaties en Verenigingen van Eigenaren zinnen op mogelijkheden verboden in te stellen. 67 Procent vindt dat geen goed idee. „Roken op je balkon mag dan niet, maar barbecueën en open haard, mag dan gewoon wel. Dat is allemaal een beetje hypocriet toch?”

Iemand zegt zich voortdurend groen en geel te ergeren aan zijn rokende buurvrouw die het hele balkon blauw zet. „Als zij thuis is, is het hier alarmfase rood. Dan moet ik alle ramen en deuren sluiten...”