Nieuws/Binnenland

Misstanden onder de pet gehouden bij moordzaken

OM wist van NFI-fouten

Het NFI is gevraagd wanneer bewijs mogelijk besmet was.

Het NFI is gevraagd wanneer bewijs mogelijk besmet was.

Amsterdam - Het Openbaar Ministerie is al ruim een jaar op de hoogte van misstanden bij moordonderzoeken van het Nederlands Forensisch Instituut (NFI), het staatslaboratorium dat dadersporen bij misdrijven napluist. Terwijl sindsdien diverse verdachten op basis van NFI-rapportages tot lange celstraffen veroordeeld werden, hield het OM deze informatie achter.

Het NFI is gevraagd wanneer bewijs mogelijk besmet was.

Het NFI is gevraagd wanneer bewijs mogelijk besmet was.

Dit blijkt uit navraag van De Telegraaf. Slechts één advocaat van een moordverdachte is door het OM van de situatie op de hoogte gesteld. Om welke zaak dit gaat, wil het OM niet kwijt. Daarnaast is het ook voor het OM nog steeds onduidelijk in welke strafzaken het bewijs mogelijk besmet is door de misstanden.

Een woordvoerder van het College van procureurs-generaal (de top van het OM) laat weten dat het in afwachting is van informatie van het NFI hierover. „Wij hebben het NFI gevraagd een overzicht te verstrekken, zodat in lopende zaken ter zitting adequaat gereageerd kan worden. Deze uitvraag is op dit moment nog gaande”, antwoordt woordvoerder Bart Vis van het college.

De Telegraaf onthulde eerder deze zomer dat een speciale commissie mogelijke misstanden onderzoekt bij moordonderzoeken binnen het NFI. Dat gebeurt in opdracht van het ministerie van Justitie en Veiligheid. Aanleiding was een melding van een klokkenluider, die zich beklaagde over onderlinge ruzies tussen medewerkers die zich bezighouden met onderzoek naar doodsoorzaken bij steek- en slagwonden, de zogeheten ’Micro-analyse Invasieve Trauma’s’ (MIT).

Het getreuzel bij het ontrafelen van de toestanden bij het NFI kan ondertussen grote gevolgen hebben voor lopende moordzaken. „Elke verdachte heeft recht op een eerlijk proces. Dat betekent een proces zonder door de overheid opgesteld onrechtmatig bewijs”, bepleit Jeroen Soeteman, voorzitter van de Nederlandse Vereniging van Strafrechtadvocaten (NVSA). „Op deze manier worden mogelijk mensen ten onrechte veroordeeld. Het OM kan dat voorkomen.”

Tot op heden is het Openbaar Ministerie geïnformeerd over drie zaken die onderwerp waren van het NFI-onderzoek naar misstanden. Woordvoerder Vis: „Wij hebben gekeken naar de rol van deze onderzoeken in de bewijsvoering. In één zaak was al een onherroepelijke veroordeling met een bekennende verdachte. In een tweede zaak is niemand vervolgd en in de derde zaak, die nog loopt, is een nieuw rapport bij het NFI opgemaakt.” Volgens het college kunnen advocaten altijd bezwaar maken in lopende strafzaken waar NFI-onderzoek een rol speelt.

Een betreurenswaardige gang van zaken, meent NVSA-voorzitter Soeteman. Hij legt uit dat hij het niet alleen de taak van advocaten vindt om bezwaar te maken tegen het gebruik van een mogelijk besmet onderzoek. „In afwachting van het rapport van de onderzoekscommissie zou het OM actief alle rechters en advocaten moeten benaderen in strafzaken waarin mogelijk zo’n rapport is gebruikt.”

Soeteman verwacht dan ook dat hij direct hoort van het OM zodra justitie heeft vernomen in welke lopende zaken een MIT-rapport is gebruikt. „Gebeurt dat niet, dan moeten we constateren dat het OM liever gerechtelijke dwalingen heeft die later worden hersteld, dan verdachten die meteen een eerlijk proces krijgen.”