Nieuws/Binnenland

’Hof moet vrijspreken in zaak-Van den Hurk’

V.l.n.r. verdachte Jos de G., slachtofferadvocaat Richard Korver en de advocaten-generaal Gerard Sta en Winfried Korver.

V.l.n.r. verdachte Jos de G., slachtofferadvocaat Richard Korver en de advocaten-generaal Gerard Sta en Winfried Korver.

ILLUSTRATIE PETRA URBAN

DEN BOSCH - De bewijsvoering in de strafzaak tegen de 51-jarige Jos de G. berust op drijfzand. De G., verdacht van het verkrachten en doden van de Eindhovense scholiere Nicole van den Hurk (15), kan daarom onmogelijk worden veroordeeld, vinden zijn advocaten. De rechter moet de verdachte integraal vrijspreken, want verkrachting noch doodslag zijn te bewijzen.

V.l.n.r. verdachte Jos de G., slachtofferadvocaat Richard Korver en de advocaten-generaal Gerard Sta en Winfried Korver.

V.l.n.r. verdachte Jos de G., slachtofferadvocaat Richard Korver en de advocaten-generaal Gerard Sta en Winfried Korver.

ILLUSTRATIE PETRA URBAN

In een urenlang pleidooi ontleedden de advocaten donderdag voor het gerechtshof in Den Bosch, belast met de behandeling van de zaak in hoger beroep, de bewijsconstructie van het Openbaar Ministerie (OM). Dat eiste woensdag veertien jaar cel tegen De G.

Nicole van den Hurk verdween in oktober 1995. Een paar weken later werd haar lichaam gevonden. Het misdrijf bleef jaren zonder verdachte en werd een zogeheten cold case. Een DNA-spoor leidde in 2014 naar Jos de G., een veroordeelde zedendelinquent. Hij heeft altijd ontkend.

De rechtbank verklaarde in 2016 alleen de verkrachting bewezen en sprak De G. vrij van doodslag, omdat daarvoor overtuigend bewijs ontbrak. De G. kreeg vijf jaar cel. Hij ging in hoger beroep, evenals het OM, dat ook toen veertien jaar cel had geëist.

Het DNA-spoor is het voornaamste bewijselement van het OM. Ten onrechte, vinden de beide advocaten. Op het lichaam van het slachtoffer werd niet alleen celmateriaal van De G. gevonden, maar ook van een vriendje van Van den Hurk en een onbekend gebleven derde persoon. Vooral het DNA van de onbekende man is ontlastend voor De G., stelden de raadslieden. „Hij kan net zo goed verantwoordelijk zijn voor de dood van het slachtoffer.”

Het DNA van De G. is evenmin een bewijs dat hij Van den Hurk heeft verkracht. Hooguit, aldus de advocaten, dat hij seks met haar heeft gehad. De G. heeft verklaard dat hij geen herinnering heeft op dat punt. Ook de op het slachtoffer gevonden schaamhaar is volgens de advocaten geen overtuigend daderspoor.

De raadslieden verweten het OM dat er in de loop der jaren spullen zijn vernietigd die van belang hadden kunnen zijn voor sporenonderzoek. Dit heeft De G. ernstig beperkt in zijn mogelijkheden tegenonderzoek te doen. Met dit falen heeft het OM zijn recht op vervolging verkwanseld, betoogden de advocaten.

Bekijk meer van