Nieuws/Binnenland

’Excuusbrief verkeerd geïnterpreteerd’

Ingrid Jansen met een portret van haar overleden man.

Ingrid Jansen met een portret van haar overleden man.

Rias Immink

Amsterdam - Zeven jaar na de dood van haar man Hendrik Albert Jansen, stond dinsdagmiddag de 75-jarige Ingrid Jansen bij het Regionaal Tuchtcollege in Amsterdam oog in oog met de behandelend artsen van destijds: longchirurg J. Oosterhuis en anesthesioloog H. Biermann.

Ingrid Jansen met een portret van haar overleden man.

Ingrid Jansen met een portret van haar overleden man.

Rias Immink

Deze artsen, in 2011 nog verbonden aan het VUmc, gaven op 8 maart van dat jaar toestemming om haar ernstig verzwakte man na zes weken intensive care over te plaatsen naar de intensive care in Zutphen. Toen op de dag van vervoer in het VUmc een klaplong werd vastgesteld, is Hendrik Jansen middels drainage behandeld en met een speciale ambulance naar Zutphen vervoerd waar hij na een paar uur stierf.

Letselschade-expert Yme Drost, die mevrouw Jansen bijstaat, vond de zaak glashelder. Temeer omdat hij dacht twee troeven te hebben. ,,Ten eerste is er een brief waarin longchirurg Oosterhuis schrijft dat de overplaatsing naar Zutphen niet had moeten doorgaan toen de klaplong werd vastgesteld. Hij betreurt het hierin dat hij toestemming heeft gegeven.”

Maar arts Oosterhuis vertelde het Tuchtcollege dat de brief verkeerd geïnterpreteerd is. ,,Het is nooit de bedoeling geweest om hiermee te zeggen dat we een hele domme fout hebben gemaakt. Als meneer Jansen na een operatie was overleden zou ik ook gezegd hebben ’we hadden hem niet moeten opereren’. Ik vind wel dat we naar de oorzaak van de klaplong hadden moeten kijken op de dag van transport, wat dat betreft heb ik kritisch naar mezelf gekeken.”

De tweede ’troef’ van Drost, een vernietigend rapport van de Inspectie voor de gezondheidzorg uit 2013 met het harde oordeel dat meneer Jansen die dag niet vervoerd had moeten worden -gezien de gecompliceerde voorgeschiedenis, de broze status en de klaplong-, werd door advocate mr S. Tiems van de artsen als ’onzorgvuldig onderzoek’ afgedaan. ,,Er is geen expert ingeschakeld en uit ander onderzoek blijkt dat een beoordelaar het risico loopt strenger te oordelen als hij de uitkomst -in dit geval een sterfgeval- al weet. Er had een deskundige moeten worden ingeschakeld die geen weet had van de uitkomst.”

De advocate kwam vervolgens met een ’tegenonderzoek’ waarbij een onafhankelijke deskundige -professor Gommers- de casus had bekeken zonder weet van de dramatische afloop. Daarin oordeelt hij dat de artsen zorgvuldig hebben gehandeld.

Voor de leden van het Tuchtcollege was er af en toe verwarring. Zo bleef er een meningsverschil of mevrouw Jansen nu wel of niet vooraf was geïnformeerd over de overplaatsing en toestemming had gegeven. Voorzitter Boer: ,,Wij kijken niet wat het allerbeste zou zijn geweest, maar of de gang van zaken voldoende is geweest. Is het een onvoldoende, dan is het tuchtrechtelijk verwijtbaar.”

Uitspraak: Uiterlijk 16 oktober.