Nieuws/Binnenland

Doorstroming op mbo mislukt

’Witte meisjes’ blijven steken op mbo-2

De StudieBeurs West in Ahoy Rotterdam. Tijdens de beurs krijgen jongeren de kans om in een keer alle informatie te vinden die belangrijk is voor hun studie- of beroepskeuze.

De StudieBeurs West in Ahoy Rotterdam. Tijdens de beurs krijgen jongeren de kans om in een keer alle informatie te vinden die belangrijk is voor hun studie- of beroepskeuze.

Hollandse Hoogte / Peter Hilz

Amsterdam - Blanke meisjes van laagopgeleide ouders stromen vaak niet door naar de hogere niveaus in het middelbaar beroepsonderwijs. Ze komen terecht in het circuit van de bijbaantjes van supermarkt- tot schoonmaakwerk of raken zwanger.

De StudieBeurs West in Ahoy Rotterdam. Tijdens de beurs krijgen jongeren de kans om in een keer alle informatie te vinden die belangrijk is voor hun studie- of beroepskeuze.

De StudieBeurs West in Ahoy Rotterdam. Tijdens de beurs krijgen jongeren de kans om in een keer alle informatie te vinden die belangrijk is voor hun studie- of beroepskeuze.

Hollandse Hoogte / Peter Hilz

Dat blijkt uit onderzoek van Talitha Stam, verbonden aan de Rotterdamse Erasmus Universiteit. „Ik vroeg me af waar deze meisjes na het halen van hun startkwalificaties op mbo-2 niveau terechtkwamen. Want ze komen niet voor in de cijfers van voortijdig schoolverlaters zonder diploma, maar staan ook niet geregistreerd bij de groep jeugdwerklozen.”

Stam keek naar de – zoals zij ze noemt – ’witte’ meisjes van Nederlandse komaf met laagopgeleide ouders op multi-etnische scholen en die op het mbo een richting in de zorg kozen: „Want het verhaal over de uitval van jongens op het mbo, en dan met name met een migratie-achtergrond, kennen we allemaal inmiddels wel. Wat de meisjes tegenhoudt om door te stromen naar niveau 3 is het feit dat er vanaf dan collegegeld en boekengeld moet worden betaald. Ze komen uit gezinnen waar niet veel geld is.”

Talitha Stam

Talitha Stam

Ze vervolgt: „Daarnaast zijn mbo’s niet superhappig op het doorstromen van niveau 2 naar 3. De focus ligt vooral op het halen van de startkwalificatie op niveau twee, waarmee jongeren in theorie de arbeidsmarkt op kunnen als ’helpende in de zorg’. Want de mbo’s worden afgerekend op het behalen van die startkwalificaties. En er zijn natuurlijk ook meisjes die niveau 3 gewoon niet aan kunnen. Zo klapt hun toekomstperspectief als een kauwgombel uit elkaar en staan ze in feite met lege handen.”

Uit het onderzoek van Stam blijkt dat het 9 op de 10 meisjes niet lukt om tot het beroep van hun dromen te komen, werk te vinden of economisch zelfstandig te worden. Slechts 1 op 10 stroomde door van het mbo niveau 2 naar niveau 3, een vereiste om in de zorg te mogen werken.

Ouders

De meisjes die niet doorstromen zijn allemaal meisjes van laagopgeleide ’witte’ ouders. „Die achtergrond helpt ze niet om verder te komen. De ouders werken vaak niet en zitten in de bijstand, weten niet hoe ze hun kinderen kunnen helpen. Ook speelt er veel binnen deze gezinnen, zoals ziekte en huiselijk geweld. Voor sommige meisjes is de overgang vanuit een ’witte’, weliswaar ’arme’ wijk, naar een multicultureel groot mbo een grote schok. Zo zei een meisje dat ze zich net een pepermuntje in een zakje dropjes voelde.”

Stam verdedigt haar proefschrift ’Wat een meisje wil’ op 20 september.

Bekijk meer van