25975
Binnenland

Documentaire volgt schrijver en dichter jaar lang op de voet

Lichtvoetig portret van Remco Campert

„Schrijven is leven”, zegt auteur, dichter en columnist Remco Campert (88). „Als ik daarmee ophoud, ben ik er niet meer.” Een leven zonder letters en woorden kan hij zich niet voorstellen. „De poëzie heeft altijd voorrang. Als er een regel in mij opkomt, spoed ik mij onmiddellijk naar huis om deze op te schrijven voor ik ’m vergeten ben.”

Voor de documentaire Verloop van jaren volgde regisseur John Albert Jansen een jaar lang Remco Campert. Met de camera zat hij de veelgelezen en nog altijd actieve schrijver heel dicht op de huid. De kijker leert hem in zijn dagelijkse bezigheden en gewoontes kennen en is er op bijzondere en intieme momenten bij. Bijvoorbeeld als hij zich ’s ochtends in de badkamer scheert. Of als de rookverslaafde Campert plotseling in het ziekenhuis belandt.

We zien hem breekbaar wandelen in het Vondelpark met zijn twee dochters. Zijn er bij als hij zijn dagelijkse potje Scrabble speelt met zijn energieke vrouw Deborah Wolf. En we horen hem - met heldere, nog krachtige stem - zijn gedichten voordragen. Want, zoveel wordt al snel duidelijk: wie de flegmatische Campert wil leren kennen, moet zijn gedichten lezen.

„Remco is een ontsnappingskunstenaar. Hij neemt geen verantwoordelijkheid, voor niets, behalve voor zijn schrijven”, zegt zijn echtgenote. Volgens Wolf, die hem in alles fier bijstaat, kan haar man niet praten. „Hij kan mooi schrijven, maar zegt nooit zoveel. Alles stopt hij in zijn gedichten.”

Dat de twee niettemin aan elkaar verknocht zijn, is overduidelijk. „Al mijn vroegere gedichten over liefde gingen over verliefdheden. Tot de werkelijke liefde kwam het eigenlijk nooit. Bij Deborah ben ik pas tot de liefde doorgedrongen”, stelt Campert.

Met weemoed en berusting kijkt hij terug op het het verleden. Over zijn jeugd zonder zijn vader Jan Campert, de journalist, dichter en verzetsman die tijdens WOII in een concentratiekamp door de nazi’s vermoord werd, zegt hij: „Ik denk elke dag aan de oorlog.” De dood is nooit ver weg. „Het leven duurt wel lang. Nou ja, mijn leven. Ik denk wel vaak: waarom houd ik er niet mee op? Ik heb wel genoeg geschreven.” Het mededogen en de mildironische toon die altijd uit zijn gedichten spreekt, kenmerkt ook deze documentaire. Een lichtvoetig portret van een ongrijpbare woordkunstenaar.