Nieuws/Binnenland

’Kabinet verhoogt AOW-leeftijd minder snel’

In ruil voor modernisering van het pensioenstelsel is het kabinet bereid om de AOW-leeftijd minder snel te verhogen dan gepland. De pensioenleeftijd van 67 jaar wordt dan niet in 2021 maar waarschijnlijk pas vier jaar later bereikt, meldt de Volkskrant.

De berichtgeving ligt in lijn met wat deze krant in maart al meldde. Toen zeiden ingewijden dat minister Wouter Koolmees van Sociale Zaken eerder geneigd was de AOW-leeftijdverhoging te vertragen dan dat hij op langere termijn de koppeling aan de levensverwachting los zou laten.

Volgens de Volkskrant kost de tegemoetkoming 500 miljoen euro. Bronnen in de polder willen niet bevestigen dat Koolmees deze geste formeel zou hebben gedaan. Haagse ingewijden herkennen de getallen niet.

Vermoedelijk kost het uitstellen van de leeftijdverhoging veel meer. Het Centraal Planbureau berekende eerder al dat uitstellen van de AOW-leeftijd van 67 jaar naar 2023 deze kabinetsperiode al 1,1 miljard euro kost. Nu zou het plan op tafel liggen naar 67 jaar te gaan in 2025.

Op dit moment ligt de pensioenleeftijd op 66 jaar. Dat gaat in stappen omhoog naar 67 jaar in 2021. Tot dusver hield het kabinet zich stoïcijns onder pleidooien van werkgevers en werknemers om de verhoging van de pensioenleeftijd te vertragen. Voor de vakbond FNV is dat een halszaak voordat de bond wil denken aan een pensioenakkoord.

De FNV eist een bevriezing van de AOW-leeftijd die nu op 66 jaar ligt. Daarvoor heeft het kabinet geen reservering gemaakt in de begroting. Op 1 januari aanstaande gaat de leeftijd naar 66 jaar en vier maanden. Volgens bronnen in de polder kan die verhoging al niet meer ongedaan worden gemaakt.

Bekijk meer van