Nieuws/Binnenland
2606303
Binnenland

’Regering wist van misdaden Syrische rebellen’

Amsterdam - De Nederlandse regering was tot in detail op de hoogte van de misdaden die werden begaan door de Syrische rebellenbeweging Jabhat al-Shamiya. Dat blijkt uit een mailwisseling uit 2016 tussen Amnesty International en Buitenlandse Zaken, die is ingezien door Trouw en Nieuwsuur.

De mensenrechtenschendingen van de strijdgroep staan beschreven in het rapport ’Marteling was mijn straf’ van 5 juli 2016. Daarin staat onder meer dat Jabhat al-Shamiya executies voltrekt, mensen ontvoert en ’sharia-rechtbanken’ runt, waar de doodstraf staat op afvalligheid.

Trouw en Nieuwsuur melden dat het rapport herhaaldelijk onder de aandacht is gebracht van het ministerie van Buitenlandse Zaken. De mails maken volgens deze media ook duidelijk dat de inhoud ervan, inclusief de naam Jabhat al-Shamiya en de misstanden waaraan deze strijdgroep zich volgens Amnesty schuldig maakte, bekend was bij het ministerie.

Ondanks deze kennis en de belofte aan de Kamer geen mensenrechtenschenders in Syrië te zullen steunen, besloot de regering om deze strijdgroep in 2017 logistieke hulpgoederen te sturen. Nederland steunde tussen mei 2015 en maart 2018 22 strijdgroepen in Syrië. Het kabinet beloofde de Tweede Kamer alleen ’gematigde’ groeperingen te steunen, die het humanitair oorlogsrecht naleefden en niet samenwerkten met extremisten.