Nieuws/Binnenland
2611135
Binnenland

Nederland spekte geen terrorisme

Steun Syrische strijders ’naïef’

Thomas van Linge en Harald Doornbos tijdens de hoorzitting Nederlandse steun aan gewapende Syrische oppositie.

Thomas van Linge en Harald Doornbos tijdens de hoorzitting Nederlandse steun aan gewapende Syrische oppositie.

Den Haag - Met de steun aan Syrische strijdgroepen heeft Nederland geen terrorisme gespekt. Wel pleegden de ’gematigde’ groepen die Nederlandse steun kregen oorlogsmisdaden in Syrië.

Thomas van Linge en Harald Doornbos tijdens de hoorzitting Nederlandse steun aan gewapende Syrische oppositie.

Thomas van Linge en Harald Doornbos tijdens de hoorzitting Nederlandse steun aan gewapende Syrische oppositie.

Dat beeld rijst donderdag op uit de hoorzitting met Syrië-experts in de Tweede Kamer. Onderwerp was de zogeheten niet-dodelijke steun die Nederland tussen juli 2015 en april dit jaar leverde aan 22 ’gematigde’ oppositiegroepen in Syrië. De hulp bestond uit voedselpakketten, medische ’kits’ en ruim driehonderd voertuigen.

Nederland had scherpe voorwaarden: de groepen moesten niet terroristisch zijn of met zulke clubs samenwerken en na de oorlog iets constructiefs met het land willen.

Steun zinloos

Nederland stopte met het steunprogramma van 25 miljoen euro omdat de oppositiegroepen zó veel terrein verloren (vooral aan dictator Assad), dat steun zinloos was.

De andere reden deelt het kabinet slechts vertrouwelijk met de Kamer, al lijkt het erop dat bewezen oorlogsmisdaden de oorzaak zijn. Zoals Koos van Dam, als Nederlands Syrië-gezant tot augustus 2016 betrokken bij de leveranties: „De groepen die wij steunden, pleegden geen oorlogsmisdaden, maar toen we erachter kwamen dat het toch gebeurde, zijn we met het programma gestopt.”

Naïef? Nogal, vindt oorlogsverslaggever Harald Doornbos. Volgens hem waren er in 2015 überhaupt geen gematigde strijdgroepen meer die een verschil konden maken. „Al had je ze miljarden gegeven.”

’Steun beperkt en laat’

Syrië-expert Charles Lister bestrijdt dat. Onder de duizend gewapende groepen zaten zeker groepen die tegenwicht boden aan het Assad-regime (gesteund door Rusland) en terreurorganisaties als IS en Al-Qaeda. „Je kunt wel zeggen: de steun was te beperkt en kwam te laat.” Pleegden die groepen criminele of oorlogsmisdaden? Ja, zegt Lister. Werkten ze samen met jihadistische groepen? Ook dat, soms, lokaal, maar meer uit militaire noodzaak dan door overeenkomsten in ideologie.

„Bedenk ook: Syrië is geen Amsterdam. We kunnen daar niet ons referentiekader op plakken.” Volgens Van Dam was de westerse strategie om niet met Assad te praten „een kardinale fout.”

Blok: controle had ’strakker’ gekund

Minister Blok (Buitenlandse Zaken) erkent in een brief aan de Kamer dat de controle op de groepen (die grotendeels vanuit Turkije gebeurde), ’strakker’ had gekund. Zijn conclusie: laten we ervan leren.