2622614
Binnenland

’Verdachte cokekotter betrokken bij liquidatie Almere’

LELYSTAD - Muhammed S., tegen wie afgelopen week bijna veertien jaar cel is geëist wegens cokesmokkel en poging tot doodslag, zou ook de liquidatie van de in Almere doodgeschoten Ali Motamed (56) op zijn kerfstok hebben. Dit bleek maandagochtend tijdens een inleidende zitting in de strafzaak tegen de twee veronderstelde moordenaars in Lelystad.

Twee maanden geleden bracht justitie naar buiten dat Anouar A. (29) en Moreo M. (36) Motamed in december 2015 zouden hebben doodgeschoten in opdracht van Naoufal ’Noffel’ F., die eerder dit jaar achttien jaar cel kreeg voor het regelen van de moordaanslag op Peter ’Pjotr’ R. in Diemen, vlak daarvoor. Maandagochtend zei A.’s advocaat Jan-Hein Kuijpers dat ’Noffel’ volgens justitie op zijn beurt is ingeschakeld door de 31-jarige S. uit Amstelveen.

De twee werden eerder aan elkaar gelinkt in de cokezaak, waarin uiteindelijk alleen S. is vervolgd. Kuijpers vroeg en kreeg toestemming van de rechtbank zowel hem als ’Noffel’ als getuige te verhoren.

De strafpleiter hoopt onder meer duidelijkheid te krijgen over de mogelijke betrokkenheid van de Iraanse veiligheidsdienst, „iets waarvan de walm nog steeds rond dit onderzoek hangt.” Motamed zou in Nederland hebben geleefd onder een valse naam en in werkelijkheid Mohammad Reza Kolahi Samadi zijn geweest, die in 1981 met een bomaanslag in de Iraanse hoofdstad Teheran een bloedbad op een partijkantoor aanrichtte. Hij was in eigen land bij verstek ter dood veroordeeld.

Volgens het Openbaar Ministerie (OM) zijn er „aanwijzingen” dat Motamed hier onder een andere naam leefde, maar is dit nooit officieel vastgesteld. „Ook is in het onderzoek naar de schutters geen link met Iran gevonden”, zei een woordvoerder.

De aanklaagster zei eerder dat A. en M., die achter slot en grendel blijven, alleen geïnteresseerd waren in geld. Onderzoek naar mogelijke politieke motieven bij de twee was volgens haar onnodig.

De zaak gaat in december verder.