Nieuws/Binnenland

Flink minder kosten door ’pillendeals’

Minister Bruno Bruins (Medische Zorg)

Minister Bruno Bruins (Medische Zorg)

Den Haag - Onderhandelingen met farmaceuten hebben vorig jaar geleid tot een kostenvermindering van 132 miljoen euro. Het gaat om deals die door het ministerie van Volksgezondheid zijn gesloten met de makers van peperdure geneesmiddelen, zoals een aantal kankermedicijnen en Orkambi tegen taaislijmziekte.

Minister Bruno Bruins (Medische Zorg)

Minister Bruno Bruins (Medische Zorg)

In totaal geven we in Nederland ruim zes miljard euro uit aan geneesmiddelen. Een aantal daarvan is schreeuwend duur. Minister Bruno Bruins (Medische Zorg) probeert de kosten daarvan te drukken via prijsonderhandelingen.

Hoeveel er voor de medicijnen wordt betaald, wordt vaak niet onthuld. Het is een voorwaarde die farmaceuten stellen, willen ze aan de prijsonderhandelingen meewerken. Het ministerie houdt wel bij welke kostenbesparing er is gerealiseerd voor alle geneesmiddelen bij elkaar opgeteld. Vorig jaar kwam dat neer op 132 miljoen.

Bruins is blij met de ’aanzienlijke’ besparing, die voor een klein deel de zorgpremie drukt. Tegelijkertijd waarschuwt hij dat hij verwacht dat de totaaluitgaven aan geneesmiddelen de aankomende jaren alleen maar toe zullen nemen. „Er zitten nog heel veel dure kankermedicijnen aan te komen. Dat is fijn voor de patiënten, maar niet voor de portemonnee.”

De VVD-bewindsman probeert de stijgende uitgaven op verschillende manieren te drukken. Zo zoekt hij in Europa naar andere landen die samen met ons een vuist willen maken tegen farmaceuten die de hoofdprijs vragen. Het verbetert onze onderhandelingspositie. Dit jaar trok hij bijvoorbeeld gezamenlijk op met zijn Belgische ambtsgenoot om de prijs van Spinraza omlaag te krijgen, een medicijn voor kinderen met de spierziekte SMA.

Bruins heeft nog een manier bedacht om spaarzamer met medicijnuitgaven om te gaan. Ons land betaalt nu aan farmaceuten het gemiddelde van de prijzen in Frankrijk, België, Verenigd Koninkrijk en Duitsland, maar in dat laatste land liggen de prijzen hoger dan hier. Door dat land te vervangen door het goedkopere Noorwegen kan er op termijn zo’n 160 miljoen worden bespaard.