Nieuws/Binnenland

Biografie over flamboyante Advocaat Max Moszkowicz (91)

Max Moszkowicz; een leven lang vechten

Max Moszkowicz (hier in 1984 in Parijs)

Max Moszkowicz (hier in 1984 in Parijs)

Hij verloor zijn ouders, broer en zus tijdens de oorlog. Overleefde gruwelijke mishandelingen gedurende duizend dagen in vier concentratiekampen en stampte na de oorlog een bloeiende handel in kousen en band uit de grond. Uiteindelijk koos hij niet voor het ondernemerschap, maar voor de advocatuur. De flamboyante Max Moszkowicz (91) groeide uit tot de bekendste strafadvocaat van Nederland. NRC-journalist Marcel Haenen schreef een boek over zijn leven: De bokser.

Max Moszkowicz (hier in 1984 in Parijs)

Max Moszkowicz (hier in 1984 in Parijs)

Hij liep al dertig jaar rond met het idee om een boek te schrijven over Max Moszkowicz. Drie jaar geleden moest het er eindelijk van komen. Vanaf dat moment stond iedere avond, ieder vrij uur, iedere vakantie in het teken van Het Boek.

Geen Zuid-Frankrijk of Portugal voor Marcel Haenen en zijn vriendin, historica Claire Weeda, maar expedities naar voormalige concentratiekampen. Geen ontspannende detectives naast het zwembad, maar uren bladeren in oude archieven.

„Een biografie is een raar genre. Je wroet in iemands privéleven. Ik weet inmiddels meer over de familie Moszkowicz dan zijzelf. Veel meer dan over mijn eigen familie”, zegt Haenen. „Zo’n boek kan alleen goed worden als je niet een zekere gêne voelt. Ik dacht wel; stel dat ik erachter kom dat hij bijvoorbeeld in het concentratiekamp informant van de SS is geweest? Hij werd in 2004 door een beroerte getroffen en kan zich niet meer verweren. Dan was ik ermee gestopt.”

Haenen slaagde er door gesprekken met oud-kampgevangenen, vrienden, familieleden en veel archiefonderzoek in vrij gedetailleerd te ontrafelen hoe de jonge Max Moszkowicz de oorlogsjaren doorbracht. Een periode die hem tekende, maar waarover hij naderhand nauwelijks kon praten. Niet met zijn vrouw, niet met zijn kinderen, niet met zijn beste vrienden.

Max’ lijdensweg begint op 25 augustus 1942, als hij en zijn ouders, broer en zusje naar kamp Westerbork moeten.

„Een onbeschrijflijk onthutsende ervaring. Voor iedereen daar, al die argeloze mannen, vrouwen en kinderen die uit de warmte en beslotenheid van de familie en hun huis waren gejaagd en met duizenden in te kleine barakken werden gepropt. Er heerste ongerustheid, paniek en angst. Veel mensen wisten zich geen raad.” De onschuldige jongen van het gymnasium, zoals de jeugdige Moszkowicz zichzelf noemt, loopt er ’de eerste zware schok’ van zijn leven op. Bij het openen van de toiletdeur ziet hij een lijk bungelen. (Bron: De bokser)

Na een maand wordt het gezin op transport gezet naar Auschwitz. Ze worden na aankomst met stokken en zwepen uit de wagons gejaagd, het helverlichte perron op.

„We zagen mijn moeder en de kleintjes staan. Het ging niet goed. Ze hadden het moeilijk. Mijn vader zei: „Max, ga naar moeder en de kleintjes. Ga even helpen.” Het zijn de laatste beelden die ik van hen heb. Ik stak over, maar werd op de weg naar moeder gegrepen door een SS’er. „Schweinhund”, brulde die tegen me, en trapte me toen terug naar de rij mannen. Een kwartier later werden moeder, mijn broertje en mijn zusje vergast. Wanneer de SS’er mij niet teruggetrapt had, zou ik even later eveneens vergast zijn.” (Bron: De bokser)

Max en zijn vader Abraham waren een belangrijke steun voor elkaar in het kamp. De jonge Max ritselt via zijn werk in de bakkerij van het kamp af en toe extra hompen brood voor hem en zijn vader. Dat deed hij ook door te boksen. Duitsers bleken dol op boksen, en vanaf de zomer van 1942 werden er iedere zondag in het kamp wedstrijden georganiseerd. Boksers die een goede show wisten op te voeren, kregen extra privileges. Max was niet onbekend met de ’noble art of self-defense’. Hij bokste voor de oorlog ook al, zoals veel Joodse jongens.

„Max heeft zich in de kampen in leven weten te houden door te boksen. Hij heeft mij gezegd dat hij heel vaak werd gebruikt om tegen een Duitser te boksen en dan moest hij zich in elkaar laten slaan. Daarom mocht hij blijven leven. Omdat hij kon boksen. Hij zegt dat hij overleefde doordat hij kon boksen”, zegt vriendin Jeanette Waage. Hij heeft zo te zien niet erg veel klappen opgelopen. Op latere registratiekaarten staat dat hij ’alle Zähne’ – alle tanden – nog heeft.” (Bron: De bokser)

Haenen: „Hij was in staat om te overleven door het sociaal talent om op de goede momenten aanwezig te zijn, en zich op andere momenten te drukken. En dankzij een formidabele dosis geluk natuurlijk.”

Na Auschwitz belanden Max en zijn vader tegen het eind van de oorlog in Mauthausen, waar ze met duizenden andere kampbewoners in de ijzige kou naartoe moeten lopen. Ze hebben elkaar daar vermoedelijk niet meer gezien, schrijft Haenen. Vader Abraham wordt al snel vervoerd naar Ebensee. Max naar Melk. Als ook Max uiteindelijk in Ebensee aankomt, hoort hij dat zijn vader twee dagen eerder is overleden. Haenen: „Een spuitje met lucht of met benzine. Of allebei.”

Drieëndertig maanden nadat hij uit Maastricht werd weggevoerd, arriveren de Amerikanen in Ebensee, en begint Max Moszkowicz aan de lange wandeltocht terug naar huis. Daar arriveert hij zes dagen later. Haenen: „Hij leed aan oedeem en vlektyfus. Had een opgeblazen gezicht en weinig haar. Op zijn benen zaten overal wonden en hij droeg oude laarzen. Zesenveertig kilo verdriet.”

Max Moszkowicz hervat zijn gymnasiumopleiding, blaast de handel in stoffen en manufacturen van zijn ouders nieuw leven in, trouwt met Bertha Bessems, de dochter van het boerengezin dat hem na de oorlog opvangt, en krijgt vier zonen. De winkel draait als een trein, Max opent er nog vier in Maastricht, maar het zakenleven kan hem niet bekoren. In 1951 gaat hij rechten studeren aan de Katholieke Universiteit Nijmegen. In 1958 wordt hij in Maastricht beëdigd als advocaat: een van de veertig in die regio.

Strafrechtboeren

Hij richt zich op strafzaken, in die tijd gezien als „in hoge mate intellectueel inferieur vergeleken met het civiele recht”, aldus Haenen. De civilisten noemen hun collega’s neerbuigend ’strafrechtboeren’. Moszkowicz ontdekt dat er genoeg cliënten zijn die kunnen en willen betalen voor bijstand in strafzaken.

„In het arrondissement Maastricht liep je in een jaar het hele Wetboek van Strafrecht door. Er was een variëteit aan delicten, daar likte je als vakidioot je vingers bij af”, citeert Haenen toenmalig officier van justitie Frits de Groot.

Max Moszkowicz blijkt een talent. Niet alleen op het gebied van strafrecht, maar ook op publicitair terrein. Hij zit in een enorm pand, rijdt in een snelle dure auto en haalt geregeld het nieuws met spectaculaire zaken. Jarenlang schrijft hij onder het pseudoniem Mr. Raab, de naam van zijn moeder Feiga, een column in De Telegraaf. Het veroorzaakt scheve ogen onder zijn collega’s die hem nadrukkelijk tegenwerkten.

Advocaat Houtakkers die drie jaar eerder dan Moszkowicz werd beëdigd, weet dat er binnen de balie bezorgdheid was over de opmars van de in hun ogen vreemdsoortige nieuwkomer: nota bene een Joodse middenstander van buitenlandse komaf, die zijn onderbroekenwinkel inruilde voor een advocatenpraktijk. Houtakkers zegt dat Moszkowicz meteen furore maakte met strafzaken. „Hij was een goede strafpleiter. Dat is gewoon zo.” (Bron: De bokser)

Haenen: „Toen ik in 1984 rechten studeerde was hij verreweg de bekendste strafpleiter. Hij deed van die bloed-, tranen- en spermazaken en maakte er altijd meesterlijke voorstellingen van. Het ging over schuld en boete, recht en onrecht. Hij wist feiten anders te rangschikken waardoor je er op een andere manier naar keek. Hij had de gave van het woord. Maar hij kon ook heel goed zwijgen.”

Met zoon Bram (r.) in 1997 tijdens het proces rond De Hakkelaar.

Met zoon Bram (r.) in 1997 tijdens het proces rond De Hakkelaar.

Veel van de kritiek die vakgenoten hadden op Moszkowicz valt terug te voeren op antisemitisme in het benepen katholieke Maastricht.

Advocaat Frans Heuts die in 1967 op kantoor Moszkowicz begint: „De collega’s vonden hem niet van het gewenste maatschappelijk niveau. En dat kon je wel terugvoeren op de constatering dat Joden niet geliefd waren. Als je handig bent in de handel, dan heb je in Maastricht al snel de bijnaam Jood. Zo ging het bij Moszkowicz ook in de advocatuur.” (Bron: De bokser)

De strafpleiter krijgt het verwijt dat hij „de holocaust exploiteert”. Er werden – en worden – geruchten verspreid dat Max Moszkowicz helemaal niet in kampen had gezeten, maar tijdens de oorlog was ondergedoken. Haenen: „Het kampnummer op zijn arm zou hij er zelf in hebben gekerfd.”

Waarom Moszkowicz toch in Limburg bleef? Haenen: „Maastricht is volgens hem de mooiste stad van de wereld en hij had niet meer vrienden nodig dan zijn vier zonen. Hij onttrok zich aan die jaloezie, had er schijt aan.” Volgens Haenen was de zoektocht naar zijn Joodse wortels die Moszkowicz ontwikkelde „minder geweest als hij zich meer geaccepteerd had gevoeld.”

Die zoektocht gaat ver. Ondanks dat hij getrouwd is met Bertha, gaat Max Moszkowicz ook op zoek naar een Joodse vrouw. Op zijn zestigste ontmoet hij de ruim twintig jaar jongere Australisch-Joodse Elka Melman, met wie hij in Antwerpen een Joods – en strikt genomen illegaal – huwelijk sluit, want het huwelijk met Bertha wordt niet officieel ontbonden. De pogingen om een kind te krijgen lopen op niets uit.

Onder de vleugels van Moszkowicz groeit een schare al even kleurrijke strafpleiters op. Mannen zoals Theo Hiddema, Piet Doedens, Geert-Jan Knoops en zoon Bram Moszkowicz. Niet geheel toevallig groeit ook de publieke belangstelling voor het strafrecht.

Zijn kampervaringen bepalen het gedachtegoed van Max Moszkowicz. „Mogelijk omdat ik zelf had ervaren wat het is om niet vrij te zijn, kan ik mij verplaatsen in de gevoelens van gedetineerden”, zei hij.

Underdog

Bram Moszkowicz zegt dat de oorlogservaringen de strafrechtelijke ideeën van zijn vader voor honderd procent hebben gevormd. Hij zag een verdachte altijd als een underdog die moest opboksen tegen de Staat der Nederlanden. Dat blijkt ook uit zijn opvatting dat intrinsiek slechte mensen niet bestaan. Hij kon zich goed verplaatsen in iemand die misse daden kon plegen.” (Bron: De bokser)

Haenen: „Dat is toch opmerkelijk voor iemand die in de kampen zoveel slechts om zich heen heeft zien gebeuren. Je kunt alleen enorm respect hebben dat iemand dat allemaal heeft doorstaan. Ik had de rest van mijn leven in bed liggen huilen. Hij werd de beste advocaat.”

Bekijk meer van