2635164
Binnenland

In Nederland

Gestruikeld over hoofddoek

Dominic Boot wil graag immigranten verder helpen en geeft thuis Nederlandse taalles.

Dominic Boot wil graag immigranten verder helpen en geeft thuis Nederlandse taalles.

Vijftien jaar gaf oud-Shell-directeur Dominic Boot (78) Nederlandse les aan immigranten in de Haagse Schilderswijk. Tot ’meester Boot’ niet langer welkom was in het buurtcentrum. Een groepje moslima’s wilde geen man als leraar. „Zo worden ze nooit Nederlander.” Nu geeft hij privéles.

Dominic Boot wil graag immigranten verder helpen en geeft thuis Nederlandse taalles.

Dominic Boot wil graag immigranten verder helpen en geeft thuis Nederlandse taalles.

Aan tafel, in een statige Haagse wijk, buigt Dominic Boot (78) zich met de Syrische vluchtelinge Lina Mahfouz over de eigenaardigheden van de Nederlandse taal. Dit is wat de voormalige Shell-directeur graag doet: buitenlanders helpen. „Ik ben lid van de Rotary, wij geloven dat we door samen te werken de wereld kunnen verbeteren.”

Boot geeft privélessen, nadat een einde was gekomen aan zijn samenwerking met buurtcentrum De Mussen in de Schilderswijk in Den Haag.

Week in, week uit fietste de oud-manager – hij was onder meer gestationeerd in Frankrijk, het Verenigd Koninkrijk en Singapore – op dinsdagmiddagen tegen een uur of vijf naar De Mussen om daar aan immigranten Nederlandse les te geven. Vanaf 2001, vijftien jaar lang: „Door weer en wind.”

Boot was na zijn buitenlandse avonturen teruggekeerd en directeur geworden van de Vereniging Nederlandse Petroleum Industrie (VNPI). „Op een avond hadden we het bij de Rotary over de problemen met integratie, toen iemand mij wees op De Mussen. Ik heb me daar aangemeld. Eerst wisten ze daar niet wat ze met mij aan moesten, totdat een groep ’oudkomers’ – Turken en Marokkanen, die al langer in Nederland waren – Nederlandse les wilde. Toen hebben ze mij gebeld.”

Gastarbeiders

Hij laat foto’s zien met oud-leerlingen. De oudere generatie gastarbeiders – „Die schoten niet erg op. Ze wilden vooral klagen over hoe slecht Nederland was geworden” – werd opgevolgd door jongeren: vluchtelingen en gelukszoekers. „Kijk, deze was Filipijns, die kwamen uit Marokko, deze was Nigeriaans, Algerijns, Ethiopisch, Turks, van alles dus.”

Boot beleefde aan het contact met zijn leerlingen „ongelooflijk veel plezier.” Bij ieder van hen heeft hij wel een anekdote. „Iedereen klaagde over de Schilderswijk, maar ik zag die mensen elke week en hoorde hoe het hun verging.” Met z’n leerlingen ging ’meester Boot’ één keer per jaar eten bij De Gouden Wok. Met een aantal heeft hij nog altijd contact.

Nederlanders

Wat Boot ook meemaakte: dat een meisje van 8 hem vroeg ’wat’ hij was. „Marokkaan, Berber, Somaliër, Turk? Dat ik Nederlander was, kwam niet in haar op.” En de twee moslimjongetjes die hem verzekerden: „Als wij hier straks de baas zijn, gaan al jullie koppen eraf.”

Hij zag ook de vrouwen in de ’donkere lappen’. Die strenggelovige moslima’s, de ’buurtmoeders’, zorgden er uiteindelijk voor, vertelt Boot, dat hij na vijftien jaar moest vertrekken. Ze wilden, na een lang verblijf in ons land, ook Nederlands leren. „Heel goed”, zegt Boot. „Ze konden zo aanschuiven in mijn klasje.” De moslima’s accepteerden echter geen man als leraar. „Toen heb ik me enigszins opgewonden. Het doel is toch niet alleen emancipatie, maar vooral integratie? Ik vond dat De Mussen dit niet moest accepteren.”

Betaald

Maar de leiding van het buurthuis koos voor een pragmatische en niet voor een principiële oplossing. Er werd een vrouw ingehuurd. „Betaald, terwijl ik vrijwilliger was.” Een grote teleurstelling. „Ik hoorde bij het meubilair. Ik had de sleutel en zette ’s avonds het alarm op De Mussen.” Lachend: „Het was ook voor het eerst in 47 jaar dat iemand mij de deur wees.” Dan weer serieus: „Ik ben toen uit principe weggebleven.”

Dit alles speelde alweer drie jaar geleden. Boot wil niemand van wat dan ook beschuldigen. „Dat past niet bij Rotarians en ik vind het heel goed dat die vrouwen taalles krijgen. Maar dat mij werd verweten onvoldoende gevoelig te zijn voor de cultuur van die vrouwen, vind ik onterecht. Ik heb tientallen vrouwen met hoofddoek les gegeven en er was nooit een probleem.” Boot mocht verder als ’voorlees-opa’, maar daar had hij na een tijdje geen zin meer in. De leiding van De Mussen wil niet reageren. „Dat is een privézaak”, vindt directeur Nicoline Grötzebauch.

Wilhelmus

Sinds zijn vertrek vraagt Dominic Boot zich af of het met de integratie van veel moslims in Nederland niet de verkeerde kant op gaat. „We willen toch toe naar één land en één cultuur, waar we gezamenlijk voor mijn part het Wilhelmus zingen, waar we weten wie onze zeehelden zijn en waar we de Nederlandse geschiedenis leren – in plaats van die te veroordelen, wat tegenwoordig zo vaak gebeurt? Draag als buurthuis uit: jullie moeten uiteindelijk Nederlander worden.”

Boot constateert een heel andere ontwikkeling: het onderlinge wantrouwen neemt in Nederland toe. „Ik begrijp het ook wel: zodra die jongelui uit de Schilderswijk hun naam of postcode opgeven, hebben ze al een achterstand. Maar je hóeft niet in die cirkel te blijven hangen. Hindoestanen en Chinezen zijn vaak wél succesvol. Dan moet het met de moslims toch ook goed kunnen komen?”