Nieuws/Binnenland
2645735
Binnenland

Profiel Van kereltje Pechtold naar redder van D66

Den Bosch - „Het goede moment is er nooit, dat realiseer ik me heel goed.” Alexander Pechtold (52) wist zaterdagmiddag maar al te goed dat zijn vertrek een aderlating betekent voor zijn partij. Zijn leiderschap duurde ruim twaalf jaar: een eeuwigheid in de moderne Nederlandse politiek.

Zijn carrière aan het Binnenhof begon met een kortstondig ministerschap voor Bestuurlijke Vernieuwing in het kabinet-Balkenende II. De oud-burgemeester van Wageningen moest duidelijk wennen aan zijn nieuwe rol en signaleerde in een interview dat het er in Den Haag nog ’vuiler en vunziger’ aan toe ging dan hij had gedacht.

In de ministerraad kreeg hij er van zijn collega’s vervolgens ongenadig van langs. Een collega-bewindsman vertelde na afloop dat hij iemand nog nooit zo’n schrobbering in de Trêveszaal had zien ondergaan als Pechtold. Hij kreeg de bijnaam ’kereltje’ Pechtold en werd door onder meer VVD-coryfee Hans Wiegel belachelijk gemaakt om zijn verleden als veilingmeester. Het kaveltje D66 moest maar afgemijnd worden. Eenmaal, andermaal....verkocht!

Na een vechtscheiding met dit kabinet, moest hij vanaf 2006 de partij min of meer vanaf de grond af herbouwen. De kiezer had genoeg van de Democraten, die een flets profiel hadden in het kabinet en tussen de tandwielen van coalitiepartners CDA en VVD terecht waren gekomen. Op een zeker moment haalde zijn D66 zelfs nul zetels in de peilingen.

Opmars

Daarna begon een gestage opmars. Pechtold ontpopte zich als een oppositieleider, ondanks de slechts drie zetels die D66 in 2007 nog groot was. Samen met GroenLinks-leider Femke Halsema en VVD’er Mark Rutte bond hij de strijd aan tegen het kabinet-Balkenende IV.

Legendarisch was zijn confrontatie met CDA-fractieleider Pieter van Geel, die tijdens de algemene beschouwingen van 2009 maar weer eens pleitte voor rapporten van commissies om het vechtkabinet van CDA, PvdA en CU politieke ruimte te geven. Pechtold nam een stapel rapporten mee naar de interruptiemicrofoon en toonde aan dat het kabinet wel genoeg commissies had ingesteld en nu maar eens knopen moest doorhakken. „Moet ik er een nietje doorheen slaan?”, vroeg hij aan Van Geel. De zaal bulderde. Daarna ging het snel beter met zijn partij en groeide D66 in de Tweede Kamer.

Veel succes boekte Pechtold met zijn stellingname tegen Geert Wilders. De twee aartsrivalen zochten elkaar op in debatten, wat zowel de achterban van de PVV als die van D66 goed deed. Tijdens het door de PVV gedoogde kabinet-Rutte I was het prijsschieten voor Pechtold. Tot zijn flinke teleurstelling lukte het hem in 2012 evenwel niet om D66 weer op het regeringspluche te krijgen.

Onderwijsgeld

Als gedoogpartner van de coalitie van VVD en PvdA wist hij zijn partij toch opnieuw in de schijnwerpers te krijgen. Door accenten aan te brengen in de kabinetskoers, straalden de successen van het kabinet ook op zijn partij af. Tot ongenoegen van VVD en PvdA. Knarsetandend moesten coalitie-kopstukken bij het herfstakkoord, ook wel het crematoriumakkoord genoemd vanwege het zwarte gordijn op Financiën waarvoor de presentatie ervan plaatsvond, vaststellen hoe D66 met de eer ging strijken. Zonder de steun van Pechtold en gedogers CU en SGP kreeg het kabinet immers niets voor elkaar in de Eerste Kamer. Het waren de topdagen voor de D66-leider.

De beloning kwam bij de verkiezingen van 2017. Met negentien zetels kon Pechtold definitief vaststellen dat hij zijn partij had gered. D66 ging weer meeregeren in het kabinet Rutte III.

Rol veranderde

Met de kabinetsdeelname veranderde ook de rol van Pechtold. Hij was drukker achter de schermen, dan zichtbaar voor de schermen. Zijn partij moest intussen veren laten, zoals rond het afschaffen van het raadgevend referendum. Opnieuw verloor D66 glans. Inmiddels staan de Democraten rond de tien zetels in de peilingen.

Daar kwam de voorbije weken nog een rel bij in de privésfeer, toen een ex-vriendin de media zocht om de vuile was buiten te hangen. Pechtold benadrukt dat die publiciteit geen rol heeft gespeeld bij zijn beslissing te vertrekken, waar hij in het voorjaar al met zijn gezin over sprak. Duidelijk was wel dat de commotie hem niet in de koude kleren was gaan zitten.

’Een tikkeltje weemoedig’ verlaat hij nu het politieke podium, vertelde hij in zijn afscheidstoespraak. „Een plan is er nog niet. Zin wel. Zin in een nieuw avontuur.”