2664008
Binnenland

Minister zoekt EU-steun voor strengere strafmaatregelen

Blok jaagt op cybersoldaten

De vier Russische officieren.

De vier Russische officieren.

Den Haag - Nederland werkt achter de schermen aan sancties tegen cybersoldaten. Minister Blok (Buitenlandse Zaken) probeert alle EU-landen achter strafmaatregelen te krijgen die ook gelden voor de onlangs gesnapte Russische spionnen.

De vier Russische officieren.

De vier Russische officieren.

Vorige week pleitten de coalitiepartijen voor sancties tegen de vier Russische spionnen, die in Den Haag werden betrapt toen ze het computernetwerk probeerden te hacken van de Organisatie voor het Verbod op Chemische Wapens (OPCW). Reizen zou hen dan onmogelijk worden, hun buitenlandse tegoeden bevroren. Probleem is echter dat cyberaanvallen nog niet onder de Europese sanctievoorwaarden vallen.

Daarom werkt Nederland al sinds het EU-voorzitterschap aan sancties tegen individuen die mensenrechten schenden, die zich met chemische wapens inlaten of die cyberaanvallen plegen. Nu heeft de EU sancties tegen Iran, Syrië en Rusland.

Tegen Rusland gelden er, voor de inname van de Krim en de militaire inmenging in Oost-Oekraïne, behalve economische sancties ook strafmaatregelen tegen 155 personen en 44 organisaties. Als de Nederlandse inspanningen succes hebben, kunnen EU-lidstaten ook cyberspionnen straffen door hen de toegang tot het land te weigeren of door banktegoeden te blokkeren.

Het wordt zeker geen korte klap, aangezien voor het opleggen van sancties unanieme instemming nodig is van alle 28 landen van de Europese Unie. Afgelopen week vroeg Blok tijdens een bezoek aan Boekarest steun van Roemenië, komend jaar EU-voorzitter. Een dag later deed hij hetzelfde in Polen.

De strijd tegen straffeloosheid op het wereldtoneel is een kernpunt van het buitenlandbeleid van dit kabinet. In de VN regelde Nederland sancties tegen Libische mensenhandelaren. Volgens Blok is Nederland ook koploper in de strijd tegen straffeloosheid bij cybermisdaden. In principe geldt gangbaar internationaal (oorlogs)recht ook voor het digitale domein, al wordt dat internationaal nogal eens genegeerd; vooral door landen vanwaaruit veel cyberaanvallen afkomstig zijn, zoals Rusland, China, Iran en Noord-Korea.

Het belang van verdediging tegen digitale dreigingen werd vorige week onderstreept met de onthulling dat de Militaire Inlichtingen- en Veiligheidsdienst een cyberaanval door vier Russische inlichtingenofficieren heeft voorkomen. Ze waren in april met een diplomatiek paspoort naar Nederland gekomen om een digitale aanval uit te voeren op de Organisatie voor het Verbod op Chemische Wapens (OPCW), dat in die tijd onderzoek deed naar de (Russische) gifgasaanval op spion Skripal in het Britse Salisbury.

D66 en CDA moedigen de inspanningen van Blok aan, maar willen ook dat op korte termijn maatregelen worden genomen tegen de Russische spionnen. Kamerlid Sjoerdsma (D66): „Na zo’n brutale en agressieve aanval op ons grondgebied kunnen we het niet hebben dat deze vier straks weer met een diplomatiek paspoort naar Rome reizen om hetzelfde te doen.”