26989
Binnenland

Werken in de thuiszorg geeft voldoening

Engel in de nacht

— Er zijn zo’n 200.000 eenzame ouderen in Nederland. Voor hen is de kerstperiode een zware tijd. Terwijl ieder ander het leuk lijkt te hebben, zitten zij alleen in het donker. Een bezoekje van de Thuiszorg brengt dan al licht in de duisternis. Iets waar Petra van der Waal, thuiszorgmedewerker en auteur van ’Zorgen doe je zo’ zich enorm van bewust is.

Petra: „De liefde die ik terugkrijg, is mijn grootste beloning.”
1 / 2

Petra: „De liefde die ik terugkrijg, is mijn grootste beloning.”

Petra: „De liefde die ik terugkrijg, is mijn grootste beloning.”
1 / 2

Petra: „De liefde die ik terugkrijg, is mijn grootste beloning.”

’Ik noem mezelf een ’flying sister”, vertelt ze. „Voorheen had ik mijn vaste adressen, tegenwoordig werk ik in een alarmeringsteam. Ik rijd ’s nachts rond met een collega. Mensen die bij ons staan ingeschreven, hebben een alarmknop. Ze kunnen ons op ieder tijdstip oproepen voor hulp. Soms is het alleen een rok die iemand zelf niet open krijgt, of een losgeschoten katheter. Of iemand heeft een hartstikke leuk feestje gehad, maar is te laat thuis voor de reguliere thuiszorg die maar tot 23.00 uur werkt. Wij gunnen die mensen ook hun plezier, dus dan springen wij in. Maar er komt ook wel eens een oproep binnen van iemand die niet kan slapen of heel verdrietig is. Dan zit ik daar ’s nachts op het bed van iemand die ik nooit eerder zag gewoon een beetje te praten tot hij of zij zich weer beter voelt.”

„Ik weet van te voren nooit waar ik terechtkom. Toen ik nog bij de reguliere thuiszorg werkte, had ik meer een band met de mensen. Ik kwam regelmatig bij hen over de vloer. Als ze uiteindelijk overleden, was ik oprecht verdrietig. Dat maakte het ook moeilijk. Je neemt dat mee naar huis. Dat heb ik nu minder. Hoewel het soms nog steeds hard binnen kan komen. Ik was laatst bij een mevrouw die ons had opgeroepen omdat ze het benauwd had. Terwijl wij er waren, werd het steeds erger. Ik belde de huisarts. ’Ze is stervende’, zei mijn collega. We hielden samen haar hand vast terwijl ze haar laatste adem uitblies. Haar dochter, die we inmiddels ook hadden gebeld, kwam binnenrennen toen ze net was overleden. ’Mama’, riep ze, ’ik ben zo blij dat je het uiteindelijk hebt kunnen loslaten.’ Dan springen de tranen bij mij ook in de ogen. Maar ik sta het mezelf niet toe mee te huilen. Ik ben een buitenstaander die toevallig deel uitmaakt van zo’n situatie.”

Uit liefde

„Ik doe dit werk uit liefde”, vervolgt ze. „Laatst was ik bij een ouder echtpaar. Zij was middenin de nacht uitgegleden over een kattenbrokje. Ze zaten hand in hand in pyjama op de bedrand, heel ontredderd. En hij bleef maar zeggen: ’wat fijn dat we samen zijn.’ Ik had al snel door dat hij dementerende was. En dat zij maar aan één ding dacht: ’als ik maar niet naar het ziekenhuis moet, want hoe moet het dan verder met hem.’ Dat vind ik dan zo ontroerend. Die warmte en die liefde die je voelt achter de voordeuren van wildvreemde mensen zijn voor mij belangrijker dan het bedrag op mijn loonstrookje. Dat is mijn echte beloning.”

Daarom schreef ze ook haar boek, dat ook door onze minister-president is gelezen. Hij schreef Petra een brief om haar te bedanken voor de passie waarmee ze haar werk doet. „Ik wil mensen laten zien dat er heel veel moois gebeurt in de thuiszorg. Ik sta achter het manifest van Hugo Borst. Er is heel veel mis in de ouderenzorg. Maar er gebeuren ook goede dingen. Er zijn mensen die zich met hart en ziel inzetten om ervoor te zorgen dat bejaarden en zieken het beter hebben, die proberen een lach te toveren op een gezicht dat het moeilijk heeft.”

Ze geeft het voorbeeld van een zieke leeftijdsgenoot; een man die zijn bed heeft bevuild. „Dan komen wij daar middenin de nacht binnen en dan schaamt zo’n man zich dood. Dan kun je hem het beste helpen door het zo gemakkelijk mogelijk te maken. De boel opruimen op een luchthartige manier. Als je dan zelf lachend weggaat en je laat die man ook lachend achter, heb je het goed gedaan.”

„Ik zou willen dat meer mensen begrepen hoe dankbaar het is om iets voor een ander te doen. We delen alles op social media, maar vergeten te zwaaien naar de eenzame buurvrouw of de alleenstaande bejaarde overbuurman te groeten. Het zou zo fijn zijn als mensen wat meer naar elkaar omkeken.”