Nieuws/Binnenland

Op straat door woningnood

Chanel en Alan leiden een normaal leven, maar slapen in de opvang.

Chanel en Alan leiden een normaal leven, maar slapen in de opvang.

Rene Oudshoorn

Het leven lachte de kraamverzorgster, het bejaarde echtpaar, de studente en de journalist jarenlang toe. Toch slapen ze, nadat ze hun woning uit moesten, allemaal in de nachtopvang. De opkomst van de economische dakloze is, vooral door de woningnood, de verborgen, maar ook de pijnlijke realiteit in Nederland. Twee van hen, Chanel en Alan, doorbreken het taboe.

Chanel en Alan leiden een normaal leven, maar slapen in de opvang.

Chanel en Alan leiden een normaal leven, maar slapen in de opvang.

Rene Oudshoorn

Het beeld dat een dakloze een zwerver is die met goedkope blikken bier of een heroïnespuit in de aanslag de stad afschuimt, komt steeds minder overeen met de werkelijkheid. Er zijn nog steeds verslaafden en andere hulpbehoevenden die moeten worden opgevangen. Maar het aantal mensen dat een normaal leven leidt, en toch aan het einde van de dag in een bed van de daklozenopvang de dekens over zich heen trekt, groeit sterk.

Neem Chanel, pas 25 jaar. De jonge vrouw volgde een studie aan de Haagse Hogeschool, maar rondde die niet af. Nadat ook haar baan werd opgezegd en ze in een depressie kwam, stapelden de schulden zich op en belandde ze op straat.

Persoonlijk leed

„Ik kon nergens terecht. Niet bij mijn ouders en niet bij mijn zus, die zelf een gezin heeft en dus geen kamer over. Ik schaam me niet dat ik hier slaap, ben blij met de hulp die me wordt geboden. Het zou alleen niet moeten. Ik wil dat mensen hun ogen openen en beseffen dat iedereen in Nederland dit kan overkomen. Want als je je woning uit moet, kom in deze tijd dan maar eens aan een andere plek.”

Dat geldt voor veel mensen die gebruikmaken van de opvang van de Haagse Kessler Stichting, waar Chanel verblijft. Binnen de muren huist een hoop persoonlijk leed, vertelt ook de 51-jarige dakloze Alan, die jaren als journalist werkte, vooral in Suriname, en na zijn terugkeer naar Nederland ook noodgedwongen in de opvang is gekomen.

„Er is hier een echtpaar dat tientallen jaren in hetzelfde bed sliep, maar de oudere man en vrouw moeten nu elke avond afscheid van elkaar nemen, omdat de opvang niet is ingericht op gehuwden. Dan brengt hij zijn echtgenote naar de deur van de damesafdeling en neemt hij met een kusje afscheid van haar. Elke avond zien we hem terugkomen, met tranen in zijn ogen. Het is hartverscheurend.”

Naast leed en verdriet is er ook veel schaamte. Alan: „Er zijn mensen die bij de opvang aanbellen en dan hopen dat de deur zo snel mogelijk open wordt gedaan omdat ze anders zenuwachtig om zich heen kijken, bang dat iemand ze herkent. Natuurlijk hebben sommige mensen wel fouten gemaakt, maar niemand wil in deze situatie terechtkomen.”

Ook de kraamverzorgster niet, die iedere dag vanuit de opvang in Den Haag naar haar werk gaat. Haar collega’s hebben geen flauw idee dat ze na haar dienst niet naar huis gaat, maar aanklopt bij de nachtopvang van de Kessler Stichting omdat ze anders geen bed heeft om in te slapen.

„Deze vrouw werkt de hele dag tussen blije kersverse gezinnen, terwijl ze haar eigen verdriet wegslikt. Ook zij was gelukkig, tot ze door haar man de deur werd uitgeslagen en nergens anders meer naar toe kon. Laatst heeft een nette gepensioneerde man noodgedwongen in de nachtopvang zijn 80e verjaardag gevierd. Hij is niet eens de oudste bewoner.”

De andere bewoners die ze noemen willen niet met hun naam in de publiciteit. Chanel en Alan doen dat wel. Ze zitten ook niet bij de pakken neer. Zo doet de jonge vrouw veel vrijwilligerswerk, en vraagt ze op allerlei manieren aandacht voor de problematiek waar ze persoonlijk ook mee te maken heeft.

Jongeren

Zelfs koningin Máxima was aanwezig op een nationale conferentie waar ze aan verbonden was, waarop aandacht werd gevraagd voor jongeren die dak- en thuisloos zijn. In haar vrije tijd verdiept ze zich in beleidszaken, en laat ze haar stem over zorgonderwerpen op allerlei manieren horen. „Maar ik wil vooral weer studeren”, zegt ze zelfverzekerd. „Zodat ik daarna in mijn werk nog meer van waarde voor de maatschappij kan zijn. En ik wil, uiteraard, weer een eigen woning.”

Het taboe is kolossaal, maar ook de bittere harde realiteit, vertelt Alan. Hij werkte jaren in Suriname, kwam terug in Nederland en ondervond dat hij met geen mogelijkheid een eigen woning kon krijgen. De vijftiger is niet zielig, benadrukt hij. Hij heeft zicht op een baan en hoopt dan weer op eigen benen te staan.

Dit kan iedereen overkomen

De twee daklozen hopen op begrip vanuit de samenleving. Alan: „Er komt een nieuwe opvanglocatie in de chique Vogelbuurt. We zijn naar een voorlichtingsbijeenkomst voor bewoners geweest, waar je mensen hoort roepen dat ze geen zwervers willen die in de speeltuin naar hun kinderen loeren, geen junks, geen alcoholisten.” Toen Chanel de buurtbewoners vertelde dat ook zij dakloos was, sloeg de negatieve stemming om.

„We zijn normale mensen”, zegt hij. „Die ’s avonds in de nachtopvang rustig zitten te lezen, een spelletje doen of televisiekijken. De meeste mensen die hier worden opgevangen hebben gewoon een inkomen, en een ziektekostenverzekering. Ze hebben alleen geen huis, door financiële tegenslag of stomme pech. Zolang de woningnood niet wordt opgelost, zullen veel meer mensen als ons dakloos raken.”