Nieuws/Binnenland
2761951
Binnenland

Jaarwisseling op het bureau

Politie wil meldplicht vuurwerkaso’s

Het is elke jaarwisseling weer raak.

Het is elke jaarwisseling weer raak.

DEN HAAG - Mensen die zijn gesnapt met illegaal vuurwerk zouden wat de politie betreft een meldplicht moeten krijgen tijdens de jaarwisseling. Dat komt de veiligheid ten goede. Maar de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) is huiverig, aangezien burgemeesters dan in feite een strafmaatregel opleggen.

Het is elke jaarwisseling weer raak.

Het is elke jaarwisseling weer raak.

„Als je iemand een meldplicht geeft en hij is daardoor niet bij de jaarwisseling, heb je hem misschien wel meer te pakken dan wanneer je hem een andere straf geeft”, zegt Ruud Verkuijlen, programmamanager Geweld tegen Politieambtenaren en betrokken bij een zo veilig mogelijk verloop van de jaarwisseling voor de politie.

In de praktijk zou het betekenen dat deze personen zich uren voor de jaarwisseling moeten melden op het politiebureau en pas ruim na twaalf uur weer naar huis mogen. Maar de bevoegdheid om deze straf op te leggen ligt bij burgemeesters. „Laat ik zeggen dat heel veel burgemeesters hier heel actief op acteren. En als het een uitnodiging mag zijn: kijk dan ook of je dit kan inzetten als je illegaal vuurwerk bij iemand aantreft.” Nu geldt dat alleen notoire raddraaiers zo’n meldplicht kunnen krijgen.

Als massa-explosief vuurwerk wordt gevonden, moeten soms hele huizenblokken worden ontruimd. Het is iets waar burgemeesters de handen vol aan hebben. Toch is de VNG terughoudend, omdat de meldplicht dan lijkt op een straf. „Als het algemeen beleid wordt, staat het op gespannen voet met de bedoeling van de wet en met de taakverdeling tussen justitie, rechterlijke macht en gemeenten. Die rollen moeten niet door elkaar gaan lopen, ook omdat wij vinden dat regelmatig bevoegdheden bij gemeenten worden gelegd omdat politie en justitie te weinig capaciteit hebben”, aldus een woordvoerder.

Nu ook een landelijk verbod op knalvuurwerk en vuurpijlen er niet komt, kan de politie zich opmaken voor een jaarwisseling met dezelfde regelgeving als de afgelopen jaren. En met dezelfde gevaren. Vorig jaar vonden er 76 incidenten met agressie en geweld jegens agenten plaats. „Het is voor ons ieder jaar een evenement met een hoog risico”, beschrijft Verkuijlen. Toch is 76 incidenten een lichte daling. „Maar de risico’s nemen niet af. Dit hoeft maar één keer echt fout te gaan, en we hebben een heel ander gesprek.”

Tijdens de rokerige, chaotische nieuwjaarsnacht kunnen agenten vaak niet zien of ze met klein legaal of zwaar illegaal vuurwerk worden bekogeld. „Dus ga je uit van het ergste. En de desoriëntatie maakt het lastig om mensen aan te houden.”

Zowel korpschef Erik Akerboom als de Onderzoeksraad voor Veiligheid pleitten vorig jaar voor een verbod op knalvuurwerk en vuurpijlen. Dat verbod werd dit jaar afgeschoten. „Dan hadden we een veiliger jaarwisseling gehad, ook voor hulpverleners en agenten. We hebben geen probleem met vuurwerk, maar wel met onveilig vuurwerk”, zegt Verkuijlen.

De komende jaren lijkt de handhaving voor de politie alleen maar lastiger te worden. Den Haag schoof de hete aardappel van het vuurwerkverbod door naar de gemeenten. Er zijn zo’n tachtig gemeenten die vuurwerkvrije zones hanteren, en onder meer Leiden en Rotterdam onderzoeken of de hele gemeente vuurwerkvrij kan worden. Ook kunnen gemeenten nu zelf knalvuurwerk en pijlen verbieden.

Voor de politie is dat een probleem, zegt Verkuijlen. Want zo ontstaat een lappendeken met telkens andere regels. „Wat betekent een plaatselijk verbod voor omliggende gemeenten? Krijg je dan bijvoorbeeld overlast door vuurwerktoerisme?”