Nieuws/Columns

Column Hart & Ziel

De dokter als dilemma

De neuroloog vond het ’niet zinvol’ om de man met Parkinson toestemming te geven voor een second opinion. De patiënt die al twee jaar bij hem onder controle was, wilde een doorverwijzing naar een andere specialist. Voor een ’fris en onafhankelijk’ oordeel.

Om te weten of er, voordat hij met medicatie zou starten, ook andere mogelijkheden van behandeling bestonden. Hij wilde zich gewoon breder oriënteren, de beperkingen en mogelijkheden van zijn toekomst verkennen, ideeën opdoen – als een heuse, kritische zorgconsument. „Voordat ik op medicamenteuze therapie overstap, wil ik zeker weten dat ik álle mogelijkheden die mijn benadering van Parkinson biedt, ten volle heb benut”, beargumenteerde de patiënt tegenover de specialist.

Daarmee deed hij wat één op de vijf Nederlanders nog altijd niet goed aandurft: de dokter vrágen om de mening van een vakgenoot. Niet uit wantrouwen – nu ja, soms. Menigeen blijkt huiverig de behandelend arts de gordijnen van zijn spreekkamer in te jagen. Niet geheel zonder reden: voorvallen waarbij dokters beledigd een patiënt na zo’n volstrekt gerechtvaardigd verzoek afsnauwen, zijn wonderlijk genoeg nog altijd niet zeldzaam.

Regelmatig ontvang ik brieven of e-mails van patiënten die bij hun dokter tegen een muur van onwil en onbegrip oplopen. Wat moeten ze doen? Hun verzoek om een second opinion inslikken? Of weg bij deze arts? ’Maar ja, dat kan gevolgen voor ons hele gezin hebben...’

Buitengewoon onredelijk noemde de Parkinsonpatiënt het dat de arts hem een second opinion onthield. Toen de medicus echter op een nader gesprek aandrong, mogelijk vanuit het oogpunt van conflictbeheersing omdat de patiënt zijn beklag bij de ziekenhuisleiding had gedaan, ging de man dat onderhoud uit de weg.

Bekijk ook:

De oervrouw

Hij stapte in juni 2017 naar het Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg in Den Haag, dat hem vervolgens in het gelijk stelde.

De tuchtrechter oordeelde op 16 januari dit jaar: „Een second opinion kan ook een bevestiging of geruststelling voor een patiënt zijn. De neuroloog had onvoldoende redenen om zolang met de verwijzing te wachten.” De medicus kreeg daarop een waarschuwing.

Een patiënt met een irriterende moedervlek op de onderrug, die tevergeefs bij zijn dokter op een tweede mening aandrong, kreeg een snibbige reactie. Hij schreef me daarover met het verzoek om een advies in dit dilemma. ’Wie is hier nu eigenlijk de dokter? U of ik?’ had hij te horen gekregen. En: ’Ik heb u toch al eerder gezegd dat die moedervlek niks voorstelt, maar u gelooft mij kennelijk niet.’ Ik adviseerde deze man zijn second opinion door te zetten, desnoods zonder de steun van zijn huisarts.

„Het taboe moet écht van de second opinion af!”, bepleitte onlangs algemeen directeur Marjolein de Jong van borstkankerkliniek Alexander Monro in Bilthoven. Een terechte oproep, ook al hoor ik om me heen dat mensen werkelijk denken dat de second opinion allang is ingeburgerd.

Mail r.steenhorst@telegraaf.nl

Twitter @ReneSteenhorst

Bekijk meer van