Nieuws/Binnenland
2769669
Binnenland

Mannen zetten graafactie verdwenen Dost door

Willeke Dost, een meisje uit Koekange dat in 1992 op vijftienjarige leeftijd spoorloos verdween.

Willeke Dost, een meisje uit Koekange dat in 1992 op vijftienjarige leeftijd spoorloos verdween.

GRONINGEN - Twee mannen uit Drenthe zetten hun plannen voor een graafactie naar de in 1992 verdwenen vijftienjarige Willeke Dost vrijdag door. De twee, Jan Huzen en Ab Bruintjes, hadden dinsdag een gesprek met de politie over hun verzoek om een plek op 150 meter afstand van de boerderij in Koekange te onderzoeken waar de pleegouders van het meisje toen woonden. Het gesprek leverde niks op, zei Huzen na afloop. „We gaan nu zelf graven.”

Willeke Dost, een meisje uit Koekange dat in 1992 op vijftienjarige leeftijd spoorloos verdween.

Willeke Dost, een meisje uit Koekange dat in 1992 op vijftienjarige leeftijd spoorloos verdween.

Volgens Huzen wilde de politie het onderzoek nog maanden uitstellen „áls ze het al zouden willen doen.” Huzen en Bruintjes gaan dat niet afwachten. Huzen zegt dat zeker vijfhonderd mensen zich hebben aangemeld die willen helpen bij de graafactie. „De meesten zullen in cirkels om de plek heen gaan staan om te voorkomen dat onze graafactie door de politie wordt gestopt”, aldus Huzen. De plek in het weiland hoort bij de grond van de boerderij.

Consequenties

De politie heeft de mannen gewezen op het risico en de juridische consequenties voor het mogelijk verstoren van een plaats delict. Toch weerhoudt dat Huzen en Bruintjes niet van hun zoekactie, omdat ze vinden dat er duidelijkheid moet komen in de zaak. Een politiewoordvoerder kon dinsdag nog geen commentaar geven op het gesprek.

Volgens Huzen is een hernieuwd onderzoek voor de politie en het Openbaar Ministerie (OM) een enorm dilemma. Dat heeft te maken met eerdere beslagleggingen en onderzoeken op en om de boerderij. Dat leverde niets op. Destijds werden de pleegmoeder en -zoon korte tijd verdacht in de vermissingszaak.

De graafplannen vloeien voort uit een particuliere zoekactie met lijkhonden en een grondradar. Volgens Huzen sloegen drie honden onafhankelijk van elkaar aan op die nieuwe plek. „Het is opmerkelijk dat ze na 26 jaar iets ruiken, dus ja, we moeten voorzichtig zijn. Niets is zeker.”