Nieuws/Binnenland

Agressie leidt in azc’s tot onrust

Eén op vijf asielzoekers uit Noord-Afrika verdachte van misdrijf

Hollandse Hoogte / Arie Kievit

Amsterdam - Eén op de vijf asielzoekers uit Marokko en Algerije is het afgelopen anderhalf jaar door de politie aangemerkt als verdachte van een misdrijf. Dit geldt zelfs voor één op de drie uitgeprocedeerde migranten uit deze landen.

Hollandse Hoogte / Arie Kievit

Deze cijfers heeft de korpsleiding van de Nationale Politie opgesteld op verzoek van De Telegraaf. Staatssecretaris Harbers (Asiel) stuurt ze vandaag ook naar de Tweede Kamer.

In totaal zijn tussen 1 januari vorig jaar en eind mei van dit jaar 3888 personen aangemerkt als verdachte, bij 5076 gebeurtenissen die in de politiesystemen zijn verwerkt. Hoeveel verdachten daadwerkelijk straf hebben gekregen, houdt de politie niet bij.

De groep van bijna vierduizend vermoede criminelen omvat zowel statushouders als asielzoekers die sinds de hoge asielinstroom die zomer 2015 begon, over land inreisden. Dat waren volgens de politie bijna 80.600 mensen.

Meeste overlast veilige landen

Noord-Afrikanen gaan aan kop in de misdaadstatistieken. Zo is een kwart van alle Libische asielzoekers tegen de lamp gelopen bij het overtreden van de wet. Nadat in 2015 vooral oorlogsvluchtelingen uit Syrië naar Europa kwamen, is er sinds 2016 een gestage stroom asielzoekers uit de Maghreb in ons land. Het lukt niet om ze uit te zetten na hun procedure, omdat de herkomstlanden dwarsliggen. De meeste overlast op straat en in winkelcentra wordt volgens burgemeesters veroorzaakt door asielzoekers uit veilige landen.

Burgemeester Heijmans van Weert wijst erop dat waarschijnlijk een aanzienlijk deel van de verdachte Libiërs in werkelijkheid uit Marokko of Algerije afkomstig is. „Alleen is de IND nog bezig om hun identiteit te achterhalen.” Door het agressieve gedrag van deze groepen is het ook op veel azc’s onrustig, tot grote zorg van burgemeesters.

Vorig jaar

Vorig jaar vroeg De Telegraaf voor het eerst cijfers op over criminaliteit door asielzoekers. In die rapportages, over 2016, viel op dat veel Albanezen en Georgiërs als verdachte waren aangemerkt. Zij zijn nu veel minder in beeld.

Het is lastig om de nieuwe cijfers te vergelijken met die uit 2016, omdat naar verschillende doelgroepen is gekeken. In dat jaar onderzocht de politie vooral de plotselinge hausse aan verdachte asielzoekers uit veilige landen, die nog geen jaar in Nederland waren. Tussen januari en november 2016 telde de politie zevenhonderd misdrijven gepleegd door asielzoekers, waarvan twee derde door ’veiligelanders’.

In de nieuwe cijfers is voor het eerst ook gekeken naar nieuwkomers die wel een verblijfsvergunning hebben gekregen. Het valt op dat zij veel minder vaak in aanraking met justitie komen dan de Noord-Afrikanen. Bij Eritrese vluchtelingen is toch nog steeds één op de acht als verdachte aangemerkt, voor Syriërs ligt dit percentage op 2,6 procent.

Bekijk meer van