Nieuws/Wat U Zegt

Deelnemers: luchthaven op zee technisch haalbaar

Uitslag stelling: Studie Schiphol 2.0 nodig

Het onderzoek van het ministerie van Infrastructuur naar de haalbaarheid van een luchthaven in de Noordzee wordt toegejuicht door de meeste stellingdeelnemers (81 procent). Toch is er wel twijfel over de financiering van zo’n Schiphol 2.0.

Schipholbaas Dick Benschop liet eerder weten ’om’ te zijn en een studie naar zeebanen te steunen. Zo’n onderzoek zal naar verwachting voor de zomer 2019 klaar zijn zodat de uitkomsten kunnen worden meegenomen in de Luchtvaartnota 2020-2040. Uitbreiding van de nationale luchthaven is nodig omdat Schiphol niet verder kan groeien. Er is tussen de luchthaven, de overheid en andere betrokken partijen een maximum van 500.000 starts en landingen tot 2021 afgesproken. Dat aantal wordt waarschijnlijk dit jaar al gehaald.

De meerderheid van de respondenten steunen een onderzoek naar een zee-luchthaven, maar sommigen stellen daarbij wel voorwaarden. Zo schrijft één van hen: „Onderzoek laten doen door wetenschappers die onafhankelijk een antwoord geven op de haalbaarheid. Ook moeten milieuactivisten geen kans krijgen om wettelijk of onwettelijk mensen te beïnvloeden met hun radicale meningen en acties.” Voor velen is het ook belangrijk dat de vliegactiviteiten worden verplaatst vanwege de geluidsoverlast van opstijgende en dalende vliegtuigen voor bewoners onder de aanvliegroutes van Schiphol. Toch is dat niet voor iedereen en probleem, zoals een deelnemer verklaart: „Ik woon zelf vlakbij Schiphol en heb echt geen last van de vliegtuigen. Dus als het er meer worden omdat Schiphol uitbreidt, dan heb ik daar geen moeite mee.”

Velen, zowel voor- als tegenstanders van zeebanen, zijn bezorgd over de hoge kosten die een dergelijk megaproject met zich meebrengt. „Technisch haalbaar, maar een heel kostbaar prijskaartje,” stelt een scepticus van uitbreiding op zee. Toch kaart deze deelnemer wel een andere factor aan die van groot belang is bij de mogelijkheid van een vliegveld op zee, namelijk de groeiende concurrentie voor Schiphol in Europa. „Nu de nieuwe luchthaven in Istanboel klaar is en deze op jacht gaat naar nieuwe klanten, betekent dit aderlatingen voor Amsterdam, Parijs, Londen en Frankfurt”, klinkt het. En aangezien Schiphol een zeer belangrijke banenmotor is van Nederland, zal er door de betrokken partijen niet erg lang getalmd moeten worden over expansiemogelijkheden voor onze nationale luchthaven.

Nederland moet z’n licht opsteken bij de bouwers van de vliegvelden van Hong Kong en Osaka die op kunstmatige eilanden zijn gerealiseerd. „In andere landen is een zeeluchthaven al bewezen. En koppel het aan schone energie. Bouw er zonne- en wind-parken omheen”, adviseert een respondent. De meesten zijn ervan overtuigd dat een vliegveld op zee technisch haalbaar is en dat Nederland met al z’n kennis van waterbouwkunde en waterbeheer zo’n project kan realiseren.

Slechts 15 procent vindt een onderzoek naar een luchthaven voor de kust niet relevant. De bezwaren zijn, naast de hoge bouwkosten, de onvoorspelbare wind(sterktes) op de Noordzee en de grote kans op vogelaanvaringen. Ook de stijging van de zeespiegel wordt als een probleem gezien. Verder menen opposanten dat het vliegverkeer uit milieu-oogpunt beperkt moet worden.