Nieuws/Binnenland
2828216
Binnenland

Bolhaar: politie moet slimmer werken

Digitale sporen in zedenzaken ’vergeten’

Den Haag - De politie kijkt te weinig naar smartphones, laptops of andere digitale gegevensdragers in zedenonderzoeken. Daarom gaan te veel zedenzaken verloren wegens gebrek aan bewijs. Dat moet veranderen, vindt Herman Bolhaar, Nationaal Rapporteur Mensenhandel en Seksueel Geweld. Slachtofferadvocaten vinden dat minister Grapperhaus van Justitie en Veiligheid dit moet afdwingen.

In werkinstructies van de politie ontbreekt de aanwijzing om bij zedenzaken digitaal onderzoek te doen, constateert Bolhaar in zijn eerste Dadermonitor Seksueel Geweld tegen Kinderen die vandaag uitkomt. „Ik vind dat het aantal zaken dat nu wordt geseponeerd wegens het ontbreken van bewijs omlaag moet”, zegt hij tegen De Telegraaf.

De cijfers spreken boekdelen. In de Dadermonitor over de periode 2013 tot en met 2017 staat dat het aantal meldingen van seksueel geweld tegen kinderen jaarlijks stijgt. Van zo’n 2900 in 2013 tot bijna 3400 in 2017. Maar het aantal zaken dat bij het Openbaar Ministerie belandt daalt juist. Van bijna tweeduizend in 2013 naar iets meer dan veertienhonderd zaken in 2017. Daarvan wordt ook nog veertig procent technisch geseponeerd. Driekwart van die sepots komt door het gebrek aan bewijs. Dat is dus een derde van het totaal aantal zaken. Bolhaar vindt dat er meer zaken opgelost moeten worden.

Zeshonderd zedenrechercheurs

Volgens hem ligt het niet aan de inzet van de ongeveer zeshonderd zedenrechercheurs. „Ik ben op verschillende afdelingen op bezoek geweest en heb veel rechercheurs gesproken die over de juiste kennis beschikken. Maar de politie moet er komende jaren effectiever op worden. Dat heeft ook niet te maken met meer mensen, maar met slimmer werken”, zegt hij.

Maar volgens politievakbond NPB is wat de politie op dit moment doet te klein en te minimaal. „Het is schandalig dat dit in 2018 nog geroepen moet worden”, zegt voorzitter Jan Struijs. „De politie moet veel meer werk maken van vernieuwing en innovatie. Het ontwikkelen van nieuwe manieren van digitaal rechercheren. Er is al zoveel mogelijk, maar er is sprake van groot achterstallig vakonderhoud.”

"’Sprake van achterstallig vakonderhoud’"

Toch, dat het anno 2018 nog niet standaard is om naar digitale sporen te zoeken, bevreemd Bolhaar niet. „Het is nog maar sinds zaken als de Amsterdamse zedenzaak, of de misbruik- en afperszaak rond verdachte Aydin C. dat we zien wat zich online allemaal afspeelt. Zaken als TOR-netwerk, iPhone en grote mogelijkheden tot versleuteling van gegevens zijn relatief nieuwe ontwikkelingen”, stelt Bolhaar. „Het wordt dan ook een langjarig traject om de ’digitale poot’ bij de zedenrecherche vorm te geven.”

’Niet voor het eerst’

Advocaat Richard Korver, voorzitter van het netwerk van gespecialiseerde advocaten voor zedenslachtoffers (LANGZS) roept na de constatering van Bolhaar minister Grapperhaus van Veiligheid en Justitie op om die aanwijzing te geven. „Deze oproep is er niet voor het eerst. Ik loop er als advocaat in de praktijk ook vaak tegenaan. Dan stuit onderzoek naar een iPhone op juridische bezwaren. Ik vind dat vaak onzin. Maar het is het Openbaar Ministerie dat dit in een instructie kan afdwingen. Dat moet Grapperhaus eisen.”

De politie zegt in een reactie Bolhaars oproep te onderschrijven. „We werken al hard aan digitaal bewustzijn. Zedenrechercheurs krijgen hierin bijscholing en digitaal rechercheurs worden toegevoegd aan zedenteams. Daar waar het kan, moeten digitale sporen worden onderzocht”, zegt een woordvoerder.