Nieuws/Binnenland
2828646
Binnenland

’Turkse gemeenschap in Nederland en Turkije flink opgeschud’

Hechtenis brandstichter Turks consulaat verlengd

AMSTERDAM - De 34-jarige verdachte van brandstichting bij het Turks consulaat in Amsterdam blijft in voorlopige hechtenis tot 31 januari 2019 als de inhoudelijke behandeling van zijn rechtszaak dient.

Ercan P., die geen vaste woon- of verblijfplaats heeft en psychische problemen kent, zorgde voor opschudding op 11 augustus van dit jaar. Hij gooide drie ontplofbare voorwerpen richting het consulaat. De actie had op zich geen ernstige gevolgen. Eén object vatte vlam bij de bosjes, één ging roken en het derde bleef roerloos liggen. Er vielen geen gewonden.

De ophef was puur politiek van aard. Hoewel P. geen enkele verklaring heeft afgegeven bij de politie, duidde zijn advocate op een tussentijdse zitting dat de actie wel degelijk politiek was ingestoken. „Hij wilde aandacht vragen voor de politieke situatie in Turkije, maar hij is er nu wel achter dat dit niet de manier is om zijn doel te bereiken.” Het gerucht dat P. een Koerdische achtergrond heeft, wilde zijn advocate niet bevestigen.

De hoofdconsul van het Turkse consulaat woonde de tussentijdse zitting persoonlijk bij. De Turken nemen de zaak zeer hoog op. De advocate van de hoofdconsul liet weten dat er een vordering in de maak is.

Bang

Ercan P., die na drie maanden voorlopige hechtenis zelf niet op de tussenzitting verscheen, is bang voor zijn veiligheid. In eerste instantie was tussen de verdachte en het Openbaar Ministerie afgesproken dat zijn identiteit niet bekend zou worden gemaakt aan de Turkse regering. De advocate van P. vertelde dat een werknemer van het landelijk parket waarschijnlijk niet van de afspraak op de hoogte was en de naam van P. alsnog doorgaf.

P. staat met naam en foto op verschillende Turkse websites. Diens advocate: „Hij vreest voor zijn leven en dat van zijn familie als deze rechtszaak voorbij is. Hij wil niet dat hij geen leven meer heeft na deze rechtszaak.” De advocate, eveneens van Turkse afkomst, maakte duidelijk dat het zelfs voor haar lastig is om nu op vakantie te gaan in Turkije.

Onrust

Toch vraagt zij om opheffing van de voorlopige hechtenis. Omdat de daad uiteindelijk niet veel voeten in de aarde had. De officier dacht daar heel anders over. Feitelijk klopt het misschien, maar P. schudde de Turkse gemeenschap zowel in Nederland als Turkije flink op. „Die maatschappelijke onrust bestaat nog steeds.”

De rechters gingen daar in mee. Zij achten het maatschappelijk ook niet verantwoord om hem op vrije voeten te stellen. Daarnaast heeft P. geen vaste verblijfplaats en zijn paspoort is ook spoorloos. De kans dat hij vlucht is groot in de ogen van de rechtbank.