Nieuws/Vrouw

’Beste wiskundelerares, sorry dat ik het u zo moeilijk heb gemaakt'

Ruim een kwart van de docenten heeft het afgelopen jaar te maken gehad met schelden, intimideren of zelfs fysiek geweld van leerlingen. Dat kwam deze week naar voren uit een enquête die onderzoeksbureau DUO uitvoerde onder meer dan duizend docenten.

Tijd om op te biechten; ik ben ook behoorlijk vervelend geweest op de middelbare school. Ik heb niemand geschopt, geslagen of volledig de huid vol gescholden, maar nu ik er zo op terugkijk, was ik met vlagen écht een rotkind.

SORRY!

Wat ik in deze brief schrijf, zal mijn ouders wellicht verbazen. Want om misverstanden te voorkomen: ik ben echt wel opgevoed. Ik spreek iedereen netjes met 'u' aan, sta op voor ouderen in het openbaar vervoer - word er zelfs een beetje boos om als anderen dat niet doen - en zal tegenwoordig nooit meer zomaar iemand treiteren.

Waarom ik het toen dan wel deed? Tja, geen idee eigenlijk. Gewoon een beetje stoer doen, waarschijnlijk. Vooral mijn wiskundelerares moest het ontgelden. Misschien geeft u nog les, misschien was u al die rotkinderen beu en bent u iets anders gaan doen... In ieder geval: 'Sorry dat ik het u zo moeilijk heb gemaakt!'

HORMONEN

Ik was een jaar of 14, schat ik. Ik had de brugklas overleefd, zat in een groepje leuke vriendinnen en voelde mezelf onoverwinnelijk. Tegelijkertijd zat ik helemaal niet lekker in mijn vel, wist ik me geen raad met mijn hormonen en was ik zeer onzeker.

Om dat te verbloemen - dat moet wel, want anders ben je voor je het weet zelf het pispaaltje - zette ik een grote mond op. Tegen mijn ouders, tegen klasgenootjes en ja, dus ook tegen leraren.

'Als het huis af is kunnen we eindelijk weer eens seks hebben

WISKUNDE

Van wiskunde had (en heb) ik geen kaas gegeten. Tafels stampen ging nog wel, formules leren ook. Maar als ik die vervolgens moest toepassen, ging het hopeloos mis; de getallen 'dansten' over het papier en hoezeer ik mijn best ook deed, de uitkomst was nooit juist.

Negen van de tien keer zat ik er niet eens bij in de buurt. Zelfs met bijles, extra boeken en úrenlang studeren, lukte het mij tot mijn grote frustratie maar niet om hoger dan een 5 te scoren.

LERAARTJE PESTEN

Uiteindelijk gaf ik het op en zocht ik andere manieren om me bezig te houden tijdens de les. En leraartje pesten vond ik toch net een stukje stoerder - want daar draait het natuurlijk allemaal om - dan om de vier minuten mijn hand opsteken omdat ik iets niet snapte. Ik schoot met van die vieze met speeksel doorweekte stukjes papier, lachte met opzet extreem hard en praatte steevast door u heen.

Als ik vervolgens uit de klas werd gestuurd, sloeg ik de deur keihard dicht, noemde u een 'klotewijf' en ging ik op de gang vrolijk verder. Dit klinkt vreselijk, maar ik zag u eigenlijk niet als een echt mens. Die ene keer dat ik u 'in het wild' tegenkwam, verbaasde dat mij enorm. Ik had er nooit bij stilgestaan dat u ook een leven had buíten school!

6 feiten en fabels over het spiraaltje

MAKKELIJKE PROOI

U was al 'oud', sprak met consumptie en rook naar een mix van koffie, zweet en sigaretten. U zal ongetwijfeld hartstikke aardig zijn geweest, misschien bent u wel iemands moeder en kookte u iedere avond heerlijk voor uw gezin maar op dat moment was u voor mij een makkelijke prooi.

Als u naast me kwam staan, kneep ik mijn neus dicht en deed ik alsof ik moest kokhalzen en als u dan toch de moeite had genomen mij iets uit te leggen, omcirkelde ik alle spuugspettertjes die u op mijn schriftje had achtergelaten en gooide ik dat vol afschuw op de grond.

TRANEN

Regelmatig zag ik aan u dat u het vreselijk vond, dat u zich helemaal niet fijn voelde. Soms stonden de tranen in uw ogen, maar hoewel ik wíst dat ik fout zat, wilde de rebelse puber in mij niet stoppen. Iets dat meestal resulteerde in een vierkant rooster, ofwel; een week lang iedere dag van 9 tot 17 op school zitten.

Overdag volgde ik de lessen, maar zodra mijn klasgenootjes naar huis gingen, moest ik me melden bij het kantoortje van de rector. Daar mocht ik dan huiswerk maken (lees: de minuten aftellen tot 17 uur).

'Ik had zoveel hoop maar helaas...'

DIPLOMA-UITREIKING

Uiteindelijk kwam er, zo'n twee jaar later, gelukkig verandering in mijn gedrag. Langzaam maar zeker begon ik mijn plek te vinden en voelde ik niet meer de behoefte om mijn onzekerheid te verdoezelen met pesterijen.

Tijdens de diploma-uitreiking heb ik zelfs nog even met mijn rector staan praten. Hoe we op het onderwerp terechtkwamen, weet ik niet meer, maar op een gegeven moment moest het mij toch van mijn hart. 'Sorry dat ik af en toe zo’n rotkind was', zei ik een beetje beschaamd.

Gelukkig kon de rector er wel om lachen, maar ze onderstreepte dat ik inderdaad wel érg vervelend was geweest en dat ze erg blij was dat het uiteindelijk toch goed met me was gekomen. Nou, geloof me… ik ook!