Nieuws/Buitenland
2922635
Buitenland

’Advocaat Koppe onbevoegd in Rode Khmerzaak’

PHNOM PENH - De Nederlandse advocaat Victor Koppe was volgens de Cambodjaanse orde van advocaten (BAKC) niet bevoegd om als advocaat op te treden voor het Rode Khmertribunaal in Cambodja. Dat meldt de South China Morning Post zaterdag.

Hij verdedigde daar Nuon Chea, beter bekend als Broeder Nummer 2, die tot levenslang werd veroordeeld voor genocide tijdens het bloedige regime van Khmerleider Pol Pot. Koppe zou door de VN gesteunde rechtbank in Cambodja zijn ontslagen, nadat de orde had gemeld dat hij sinds 2016 niet meer als advocaat in Nederland zou zijn ingeschreven.

Uitgeschreven

De Nederlandse Orde van Advocaten bevestigt dat Koppe zich heeft uitgeschreven, maar kan geen nadere informatie verstrekken. Koppe wilde zaterdag nog geen commentaar geven. De bekendmaking kan het negen jaar durende proces tegen Nuon Chea en medeverdachte Khieu Samphan schaden.

Uit een document waaruit de Chinese krant citeert blijkt dat Koppe al in augustus van de BAKC-lijst is gehaald. „Het feit dat de heer Victor Koppe zich als advocaat bleef voordoen en deelnam aan de rechtszaak nadat zijn naam van de BAKC-lijst was geschrapt, is in strijd met de wet.” Het document dat naar het tribunaal is gestuurd is ondertekend door adjunct-secretaris-generaal van de BAKC, Koy Neam.

Uitspraak

Op 16 november veroordeelde het tribunaal de 92-jarige Chea, samen met de 87-jarige Samphan, voor misdaden tegen de menselijkheid, genocide en oorlogsmisdaden. Beide mannen, de twee oudste overlevende leden van het Rode Khmerregime, werden tot levenslang veroordeeld.

Na de uitgifte van het BAKC-document beëindigde het tribunaal Koppes contract, aldus rechtbankwoordvoerder Neth Pheaktra. Hij vertelde de krant dat Koppe zijn inschrijving bij de Amsterdamse Orde van Advocaten per 1 januari 2016 had stopgezet.

Omdat buitenlandse advocaten in Cambodja zich zowel in hun thuisland als bij het BAKC moeten laten registreren om hun beroep uit te kunnen oefenen, zei Pheaktra dat Koppe „niet meer in Cambodja kan blijven werken.”