Nieuws/Binnenland
292566662
Binnenland

Zorgen om extreem-rechts

’Zeker acht Nederlanders zijn Oekraïne-strijder’

AMSTERDAM - Een klein tiental landgenoten heeft in de afgelopen jaren meegevochten bij de gewapende strijd in Oekraïne. Dat blijkt uit een schatting van onderzoeksbureau The Soufan Center, dat zich zorgen maakt om extreem-rechtse militanten.

Volgens het onderzoeksbureau hebben in totaal zo’n 17.000 buitenlanders de afgelopen vijf jaar in Oekraïne gevochten. Separatisten hebben daar in het oosten een pro-Russische onafhankelijke republiek uitgeroepen. Het overgrote deel van de strijders zijn dan ook Russen.

Toch zijn er ook 2000 strijders met een andere nationaliteit. Volgens The Soufan Center gaat het om extreem-rechtse strijders die in het Oost-Europese land onder meer hun gevechtscapaciteiten kunnen aanscherpen.

Extreem-rechts

Het front in Oekraïne geldt zo als ’hotspot’ en ’laboratorium’ voor de internationale rechts-extremistische beweging, die wereldwijd steeds groter wordt, ook in bijvoorbeeld Canada en de Verenigde Staten, aldus de onderzoekers.

„’White supremacists’ zijn wereldwijde netwerken aan het vormen, net zoals de jihadisten deden voor de aanslagen van 11 september in Amerika’’, zo klinkt het. De onderzoekers baseren zich op interviews, propagandavideo’s en uitingen op sociale media.

Tegen elkaar vechten

Opvallend is dat de Nederlanders aan beide zijdes van het strijdtoneel hebben gevochten. Zeker drie landgenoten vochten aan de zijde van de Oekraïense regeringsgezinde troepen, vijf andere aan pro-Russische zijde.