Nieuws/Binnenland
2931817
Binnenland

’Verdachte geldtransacties tussen gedetineerden en afpersing’

’Criminaliteit gaat door vanuit gevangenis’

Een bewaker in het Justitieel Complex Zaanstad.

Een bewaker in het Justitieel Complex Zaanstad.

AMSTERDAM - Veroordeelde criminelen kunnen rustig hun gang blijven gaan in de gevangenis. Ze zetten hun drugshandel en smokkelpraktijken vanuit de cel voort. Ook persen ze medegevangenen af.

Een bewaker in het Justitieel Complex Zaanstad.

Een bewaker in het Justitieel Complex Zaanstad.

Dat blijkt uit een nieuw politierapport over crimineel handelen in de gevangenis. Gevangenismedewerkers vangen dagelijks signalen op die volgens hen kunnen wijzen op het voortzetten van criminele activiteiten in de bajes. Zo zien medewerkers „verdachte geldtransacties tussen gedetineerden, personen uit het criminele netwerk die op bezoek komen bij gedetineerden, drugs die naar binnen worden gesmokkeld, gedetineerden die elkaar afpersen en naar binnen gesmokkelde mobiele telefoons”, aldus het Onderzoeksprogramma Politie en Wetenschap.

De meer kwetsbare gedetineerden binnen de gevangenismuren zijn de dupe. Zij handelen veelal onder dwang van andere gedetineerden, bijvoorbeeld door spullen of drugs naar binnen te smokkelen na een verlofperiode. Het aanpakken van die misstanden door de politie gaat ’moeizaam’. Opsporing van mensen die toch al vastzitten krijgt vaak geen prioriteit, zo blijkt uit de studie.

„De conclusie is dat medewerkers vaak signalen zien en daar ook last van hebben, maar er over het algemeen weinig mee wordt gedaan”, meldt onderzoeks- en adviesbureau DSP-groep, die het verkennende rapport in opdracht van de politie maakte.

In een reactie noemt het ministerie van Justitie en Veiligheid het voortzetten van criminele activiteiten in en vanuit detentie „een serieus aandachtspunt.” Volgens de minister hebben maatregelen om dit specifieke probleem aan te pakken de afgelopen jaren al een en ander opgeleverd. Zo werken er nu meer mensen bij de politiedienst die de signalen registreert. Maar hij zegt ook „op korte termijn” te gaan praten om te zien wat er nog meer gedaan kan worden.