Nieuws/Binnenland
2993618
Binnenland

Veel muggenoverlast in delen Nederland

WAGENINGEN - Steekmuggen veroorzaken veel overlast in verschillende delen van het land. Met name rond Den Haag, rond Breda, in Amsterdam en op de grens van Gelderland en Overijssel hebben mensen last van muggen. De boosdoener is waarschijnlijk de molestusmug, het tweelingzusje van de uit de zomer bekende huissteekmug.

Volgens muggendeskundige Arnold van Vliet van de Wageningen Universiteit houdt de molestusmug geen winterrust, wat de gewone huissteekmug wel doet. Het beestje broedt ondergronds, onder andere in kruipruimtes. „We vermoeden dat het aantal molestusmuggen toeneemt door de stijgende temperaturen”, aldus Van Vliet.

Wetenschappers roepen mensen op om op Muggenradar.nl te melden hoeveel overlast ze hebben van muggen. „We willen graag weten waar en wanneer steekmuggen actief zijn. Dat is belangrijk, omdat ze het westnijlvirus kunnen overdragen. Dit gevaarlijke virus is nog niet in Nederland opgedoken, maar al wel bij twee uilen in een dierenpark bij Berlijn. Het virus is nooit eerder zo noordelijk gezien.”

Virus

Vogels nemen het westnijlvirus mee. Muggen dragen het virus via vogelbloed over. Wie ziek wordt, heeft griepachtige klachten met hoge koorts. Ouderen en mensen met een lage weerstand kunnen eraan overlijden. „In 2018 zijn ruim 1500 mensen in Zuid-Europa besmet geraakt, vooral in Italië. 181 van hen overleden. Dat is een enorme uitbraak in vergelijking met alle jaren daarvoor”, zegt bioloog Van Vliet.

Uit laboratoriumonderzoek in Wageningen blijkt dat de twee Nederlandse typen muggen kunnen kruisen. Daardoor ontstaat een hybride mug, die zowel mensen als vogels steekt. Deze hybride mug is waarschijnlijk beter in staat het westnijlvirus over te brengen van vogels op mensen.

Van Vliet: „Tel daarbij op dat de overdracht van het virus makkelijker verloopt bij stijgende temperaturen door klimaatverandering. Dat maakt het waarschijnlijk dat we ook in Nederland te maken krijgen met het westnijlvirus. We moeten deze insecten dus goed in de gaten houden.”