3010080
Binnenland

’Ik dacht dat ze haar dood zouden bijten’

Hond Boelie aangevallen door genadeloze terriërs

De toegetakelde Boelie kijkt sip voor zich uit.

De toegetakelde Boelie kijkt sip voor zich uit.

HOOFDDORP - Hond Boelie is tijdens een wandeling bij de Toolenburgerplas aangevallen door loslopende terriërs. Haar baasje wil weten wie de eigenaar is van de genadeloze honden.

De toegetakelde Boelie kijkt sip voor zich uit.

De toegetakelde Boelie kijkt sip voor zich uit.

Boos en geschrokken deelt Denise Weers een dringend verzoek op Facebook. Van wie zijn de twee honden die Boelie donderdagmiddag zwaar hebben toegetakeld? De wonden lopen tot ver over de vacht van het beest, is te zien op foto’s. De viervoeter krijgt zware medicatie voor de pijn, meldt NH Nieuws.

De boosdoeners zijn twee loslopende staffords, ’licht grijs van kleur’, aldus Weers. „Ze hebben haar flink gebeten op meerdere plaatsen. Op dit moment wordt ze geopereerd en het is afwachten hoe het met haar gaat”, plaatste ze vanmiddag op Facebook. „Wil de dame die met deze honden losliep haar verantwoordelijkheid nemen (en) zich alsjeblieft bij mij melden.”

Boelie heeft wonden over het hele lijf.

Boelie heeft wonden over het hele lijf.

Het uitlaten van Boelie liep vanuit het niets ineens uit de hand, vertelt Weers tegenover de regionale omroep. „Mijn hond rende iets voor me uit en voor ik het wist lag ze op haar rug, met twee andere honden er bovenop. Eentje beet in haar kop en lijf, de ander in haar achterpoten en bil.”

Steeds als Boelie weet te ontkomen, halen de aggressieve staffords haar weer in. Totdat Weers de beesten aan hun halsband weet weg te rukken. „Ik was bang dat hij mij wat aan zou doen, maar ik moest Boelie toch bevrijden. „Ik dacht echt dat ze haar anders dood zouden bijten.”

Ze rennen snel weg om erger te voorkomen. Ook belt Weers meteen een dierenambulance voor de nodige hulp en hechtingen.

Een vrouw die de terriërs aan het uitlaten was, ging flink tekeer tegen haar eigen honden. Maar wie ze is, is dus niet duidelijk.