3042751
Binnenland

’Rijkswaterstaat blijft achter met vervanging’

Matrixborden te rood voor kleurenblinden

Den Haag - Rijkswaterstaat blijft achter met het kleurenblind-proof maken van verkeerssignalen. Mensen die kleurenblind zijn, lopen daardoor nog altijd grotere risico’s op een ongeval of een boete.

Dat stelt Meinard Noothoven van Goor van belangenclub Bureau Blind Color. „Het is op veel plaatsen nog levensgevaarlijk, bijvoorbeeld op locaties waar rode matrixkruisen niet oplichten voor verkeersdeelnemers die rood-blind zijn.”

Terwijl, stelt Van Goor, de oplossing heel eenvoudig is. „In Zwitserland zag ik deze kruisen in 2005 wel oplichten omdat daar oranjerood werd gebruikt. Dat heb ik Rijkswaterstaat (RWS) toen onmiddellijk gemeld, maar die zijn pas in 2015 begonnen de tint in te voeren.”

Zolang Rijkswaterstaat het ombouwen van de kruisen niet heeft voltooid, voelt Van Goor zich niet veilig. „Tot ze klaar zijn, moeten mijn bijrijders mij attenderen op een oplichtend kruis.” Dat is, benadrukt hij, onveilig voor hem zelf, voor andere kleurenblinden én voor alle overige weggebruikers.

Noodzaak

RWS erkent de problemen en ziet ook de noodzaak van vervanging. „Bij nieuwe projecten worden standaard nieuwe matrixborden geplaatst met de aangepaste kleur die voor iedereen zichtbaar is. Dat doen we ook op plaatsen waar matrixborden vervangen worden. Maar het kan lang duren, want lichten gaan normaal gesproken wel vijftien jaar mee. We bekijken nu of versnelde vervanging mogelijk is”, meldt een woordvoerder. Veilig Verkeer Nederland kent het probleem en vindt dat wegbeheerders in deze ook hun verantwoordelijkheid moeten nemen.

Gehoor

Er is al veel verbeterd, erkent Van Goor, die al jaren strijdt om erkenning en veiliger omstandigheden in het verkeer voor kleurenblinden. „Ik heb al bij veel instanties gehoor gekregen. Zoals bij ProRail, dat bijna alle spoorwegovergangen van oranjerode knipperlichten heeft voorzien, zodat het zichtbaar is voor alle kleurenblinden.”

Door zijn inspanning werden in 2012 ook verkeersborden met witte biezen ingevoerd, zodat ze beter te zien en te begrijpen zijn voor kleurenblinden.

Dat bij verkeerslichten het bovenste licht rood is en het onderste groen, helpt een kleurenblinde op zichzelf ook niet voldoende. „Daarom is het bovenste rode licht feitelijk oranjerood. Want donkerrood licht niet op voor rood-blinden, waardoor 170.000 rood-blinden onbewust ’door rood’ zouden rijden.”

Van Goor doceert dat het een probleem van grote omvang is. „Vooral mannen lijden eronder. Bij een op de twaalf functioneert een van de drie pigmenten (rood, groen en blauw) in het oog niet of slecht, waardoor bijna alle kleuren anders worden waargenomen. Daardoor missen ze vaak essentiële signalen in het verkeer”, waarschuwt hij. „Helaas zijn er geen cijfers over verkeersongevallen waarbij kleurenblindheid in het spel was, maar afgaand op mijn eigen aantal bijna-ongelukken moet dit aanzienlijk zijn.”

Zelf is hij ooit voor dronkaard aangezien door de politie. „Ik reed te hard en agenten gingen voor mij rijden. ’Volgen politie’ stond er kennelijk te lezen in rode letters. Toen zij afsloegen bij een afrit, reed ik door omdat rood voor mij niet zichtbaar is. Vervolgens kwamen ze me achterna en dwongen me te stoppen. Ze geloofden mijn verhaal niet en lieten me blazen. Met dit soort zaken hebben wij te maken...”