Nieuws/Binnenland
3052511
Binnenland

Jihadrapper Marouane B. geen Nederlander meer

Arnhem - De Arnhemse jihadist en rapper Marouane B. is geen Nederlander meer. Staatssecretaris Harbers heeft hem zijn Nederlandse nationaliteit afgenomen.

Al eerder heeft Nederland de nationaliteit afgepakt van polderjihadisten. Dat gebeurde voor het eerst in de zomer van 2017; sindsdien gebeurde dat nog zestien keer. Het afnemen van nationaliteit kan zonder tussenkomst van een rechter. Marouane kan nog schriftelijk in beroep als hij het er niet mee eens is.

Dood in scene gezet

De rechter veroordeelde hem vorig jaar bij verstek tot zes jaar cel, maar dat hij die ooit komt uitzitten is onwaarschijnlijk. Marouane B. zit in Syrië, mogelijk in het laatste territorium dat IS nog in handen heeft. Ondanks eerdere berichten dat hij was gesneuveld – al dan niet door hemzelf verspreid – blijkt hij nog steeds in leven.

E-mails

De jihadrapper laat regelmatig van zich horen in e-mails aan Nederlandse media, vaak vergezeld van foto’s van hemzelf met een wapen. Hij roept in de berichten op tot het plegen van aanslagen of becommentarieert zijn rechtszaak. Zes jaar vond hij meevallen: „Holleeder heeft vijanden laten liquideren en zijn eis zal waarschijnlijk levenslang worden. Ik heb koppen zien rollen als een voetballer, dus mag ik ook van geluk spreken.”

Marouane komt voort uit dezelfde Arnhemse vriendengroep die ook de in september opgerolde terreurcel voortbracht. Mogelijk heeft de rapper hen geïnspireerd tot het aanslagplan. Hij riep vorig jaar op tot een aanslag op het koninklijk huis.

"Denk je dat je van de aanslagen af bent als je IS uitroeit? Echt niet"

Ons land is niet veilig, waarschuwde hij eerder in een Facebookgesprek met De Telegraaf. „Nederland is waar ik ben opgegroeid, allemaal leuk, maar jullie doen het zelf, jullie bestrijden IS en dan kan je een klap terugverwachten. Zo gaat dat in oorlog. Denk je dat je van de aanslagen af bent als je IS uitroeit? Echt niet. We moeten een contract afsluiten, dat deed de profeet ook. Laten jullie ons met rust, dan wij jullie.”