Nieuws/Binnenland

Bedenker ’links-rechts’ is eigen liedje beu

BOUWMAN, RENE

BREDA - Het ’van links naar rechts’ springen werd dankzij het EK Vrouwen vaste prik in menig voetbalstadion, maar de club waar het begon, NAC Breda, heeft het in de ban gedaan. Een optreden van zanger Snollebollekes gaat niet door.

BOUWMAN, RENE

In Breda verwierf het ’van links naar rechts’ gespring deze zomer internationale bekendheid. Beelden van de huldiging op de Grote Markt, na de promotie naar de eredivisie, gingen de hele wereld over.

Later werd het deuntje overgenomen door Oranje, en vervolgens door andere clubs. Dat is in Breda reden genoeg om ’van links naar rechts’ af te zweren, tot verdriet van volkszanger Snollebollekes. Van hem is het oorspronkelijke nummer 'Links Rechts'. Dankzij de voetbalfans verwierf het lied aandacht over de grens. Hij wilde het nog éénmaal ten gehore brengen, als dank, maar zijn optreden voor aanvang van de wedstrijd tegen PSV is afgeblazen.

Gefronste wenkbrauwen

Terecht, zegt 'uitvinder' Pepijn van Rooij. Hij was met zijn vrienden de eerste die het deuntje gebruikte in een voetbalstadion. Na langdurig proberen, met veel gefronste wenkbrauwen van medefans tot gevolg, begonnen anderen mee te zingen, met het eindresultaat tot gevolg: beelden die overal werden opgepikt én een optreden van Snollebollekes na de promotie.

Maar een tweede optreden? Dat hoeft niet. „Wij hebben het ingebracht toen we vreugde hadden van NAC. Je hoeft dat niet voor de wedstrijd te gaan zingen om de sfeer erin te brengen, want sfeer ontstaat gewoon.”

Boos dat zijn gespring is 'gejat' door andere voetbalsupporters, is Van Rooijen nu ook weer niet. „Het was leuk, zeker omdat wij de eerste waren, maar nu wordt het overal overgenomen. Zo gaat het in de voetbalwereld. We bedenken wel weer iets nieuws.”

De zanger zelf vindt het "ontzettend jammer", maar van wraakgevoelens naar de NAC-fans toe is absoluut geen sprake. „Ik ben er trots op dat zij mijn nummer oppikten”, zegt hij tegen BN De Stem. „Het heeft me veel gebracht en daar ben ik ze dankbaar voor.”