Nieuws/Binnenland
30927
Binnenland

De jaren 20: Olympische Spelen en Josephine Baker op klompen

’Nederland eiland van rust’

Icoon van de jaren 20: de frivole Amerikaans-Franse zangeres Josephine Baker.

Icoon van de jaren 20: de frivole Amerikaans-Franse zangeres Josephine Baker.

’The roaring twenties’ herleven vanavond in een speciale uitzending van Andere tijden, die middels archieffilms stilstaat bij de periode na WOI. „Nederland was in Europa een eiland van rust en welvaart, omdat die oorlog aan ons voorbij is getrokken”, vertelt regisseur Matthijs Cats.

Icoon van de jaren 20: de frivole Amerikaans-Franse zangeres Josephine Baker.

Icoon van de jaren 20: de frivole Amerikaans-Franse zangeres Josephine Baker.

„’Roaring’ gold natuurlijk nog veel meer voor de jaren twintig in Amerika, zeker op gebied van entertainment”, zegt Cats en dat wordt in Andere tijden - Jaren van voorspoed geïllustreerd met beelden van Duke Ellington in de befaamde New Yorkse Cotton Club. Aandoenlijk om daarnaast filmpjes te zien van op straat dansende Nederlanders bij een orgeltje, met op de achtergrond een blij liedje met de tekst ’Laten we vrolijk zijn, berg je zorgen op tot morgen’.

Maar Hollywood kwam ook naar Nederland, bijvoorbeeld met films van westernheld Tom Mix. Theater Tuschinski opende in 1921 zijn deuren in Amsterdam. De frivole Amerikaans-Franse zangeres Josephine Baker bezocht Volendam en liet zich zelfs verleiden tot een dansje in klederdracht, inclusief klompen.

Hoewel, het mocht natuurlijk niet te uitdagend worden... Henriëtte Kuyper van het gereformeerde dagblad De Standaard gaf tips hoe vrouwen zich dienden te gedragen. ’Wie een japon of blouserok koopt, neme toch eerst de zitproef. Men vrage aan de verkoopster een stoel en ga daarop voor een lage spiegel zitten. Dan kan men zelf zien of de rok bij het zitten eerbaar blijft of oneerbaar wordt.’ En: ’Wie vleeskleurige kousen draagt, staat met beide benen op het terrein van de vijand. De vleeskleurige kous bedoelt het been bloot te doen lijken en is dus oneerbaar gedrag.’

„Voor velen was het een periode waarin het leven opeens een stuk aangenamer werd”, zegt Cats. „Uitvindingen die in de jaren 10 hun intrede deden bij de rijken, kwamen voor steeds meer mensen binnen handbereik. Moderne communicatie, auto’s, elektrische apparaten. Bijna elk huis had stromend water en ook het aantal stroomaansluitingen nam snel toe. Woningen kregen meer kamers, een keukentje en sanitair. De hygiëne verbeterde en GGD en Kruisverenigingen maakten hun opmars.”

Toch gaat Andere tijden niet helemaal voorbij aan de gevolgen van WOI. De kijker ziet oorlogsslachtoffers die in Parijs samenkomen tijdens Le banquet des gueules cassées, het banket der verminkte gezichten. Eveneens wordt de armoede in Duitsland getoond. Het ’Roode Kruis’ hield indertijd inzamelingsacties voor ’hongerend Duitschland’.

Ondanks de oorlog in de landen om ons heen, vond ’links Nederland’ het flauwekul dat in een tijd van bezuinigingen juist extra geld naar defensie zou gaan. Cats: „WOI was zo heftig, zo industrieel door alle moderne wapentuig, dat zij dachten dat een nieuwe oorlog de hele wereld om zeep zou helpen. Het pacifisme kwam in rap tempo op.” Er werden ruim een miljoen handtekeningen opgehaald tegen de zogeheten Vlootwet, die een kostbare modernisering van de marine behelsde. De Tweede Kamer verwierp die hervorming met één stem verschil.

Soms lijkt Andere tijden - Jaren van voorspoed een beetje van de hak op de tak te springen. De hefbrug uit Rotterdam (1927) passeert net zo gemakkelijk de revue als de Olympische Spelen (Amsterdam, 1928). „De overgang is wellicht wat abrupt, maar beide voorbeelden zijn wel illustratief voor de positie van Nederland indertijd”, legt Cats uit.

„Olympische Spelen worden gehouden in een technologisch geavanceerd land en dat was Nederland. Ook al wilde de regering er geen cent in steken. Net als voor de arme Duitsers werd ook hiervoor geld op gehaald onder de bevolking, Nederland collecteerde zich helemaal suf in die jaren. En de Rotterdamse hefbrug is ook een wonder der techniek; het bouwwerk toont hoe goed en vooruitstrevend Nederland in die tijd was.”

Aan de soms onwennige blikken te zien, leken de ontwikkelingen toen af en toe wel iets té snel te gaan voor het volk; een opmerking die ook vaker klinkt bij de recente groei aan (communicatie)mogelijkheden. Cats: „Presentator Hans Goedkoop maakt die vergelijking ook. Er zijn wel enkele opvallende overeenkomsten.”