Nieuws/Binnenland
31043
Binnenland

Vroeger was hij nog de grappige oom

Kringen: Boze oom

Rampzalig. Een zwarte bladzijde in onze familiegeschiedenis. Zo gaat Kerstmis 2016 de boeken in. Dat is de schuld van de VVD. De partij plaatste op de website een blogje voor de kerstdagen. Daarin werd een fictieve ’boze oom’ opgevoerd, die je aan de kerstdis lastigvalt met allerlei vervelende uitspraken over ons land. De fictieve boze oom zegt: „Dit land wordt kapotgemaakt!” en dan heeft de VVD ’handige’ antwoorden die jij aan je boze oom zou kunnen geven.

Met andere woorden: als je de verkiezingsretoriek van de VVD inzet tegen de boze burger, dan komt het allemaal goed.

Het probleem is echter dat mijn boze oom niet fictief is.

Vroeger was mijn boze oom nog de grappige oom. Toen ik zes jaar oud was moest ik altijd lachen om zijn ’trek eens aan mijn vinger’-grapjes. Op mijn twaalfde was dat een stuk minder en rond mijn zestiende zag ik wie mijn grappige oom in werkelijkheid was: een uitgebluste, te veel drinkende man. Na zijn ontslag volgde een tweede klap, de scheiding van mijn tuttige tante. Daarna was mijn grappige oom zijn titel definitief kwijt.

Hij veranderde in de boze oom.

Het lot van de tafelschikking bepaalde dat de boze oom dit jaar naast mij zat op Eerste Kerstdag. Hij had dat stuk van de VVD ook gelezen, maar blijkbaar verkeerd begrepen. „Eindelijk zegt die partij hoe het werkelijk zit”, zei hij. „Dit land wordt kapotgemaakt!” Eerst wilde ik hem erop wijzen dat de VVD met die stelling juist het tegendeel wilde aantonen, maar toen besloot ik de proef op de som te nemen. Ik zou precies antwoorden wat in het blog werd voorgesteld.

„Oom, zet even het Journaal aan en er komt een hele reeks landen voorbij waar ze het slechter hebben dan wij.” Hij keek me verontwaardigd aan. „Het Journaal? En jij denkt dat die linkse kliek objectief is? Daar kijk je toch niet naar!” Daarop toverde ik hetzelfde konijn uit de hoge hoed waarmee de VVD de verkiezingsslag hoopt te winnen en citeerde: „Maar wij hebben de beste Formule 1-racer van het moment.” Mijn boze oom werd nog bozer. „Ik heb het over de toekomst van ons land en jij komt met Max Verstappen? Ben je gek geworden?”

Woest schonk hij nog maar eens in. „Ik zal je nog eens wat vertellen: de grenzen moeten dicht!” Wellicht zou een beetje redelijkheid van de VVD hier wél uitkomst bieden: „Maar oom, dat betekent een hek om Nederland van 1027 kilometer aan de grens met onze buurlanden België en Duitsland en ook nog eens 451 kilometer langs de kust.”

„Slapjanus! De Deltawerken, weleens van gehoord? Jij bent echt van de patatgeneratie hè?” Ik probeerde het nog één keer, met een zin uit de koker van de VVD: „Maar dat is toch ongezellig, zo’n hek?” Mijn boze oom keek me aan alsof hij water zag branden. „Ongezellig? Dat is toch geen argument!”

Ik besloot het maar te laten. Het werkte niet. Om hem mild te stemmen gooide ik het over een andere boeg. „Hé oom? Trek eens aan mijn vinger?”

Maar de enige die lachte, was mijn neefje van zes.